Zoönosen

Zoönosen zijn infectieziekten die van dieren naar de mens kunnen worden overgebracht.

Wormen
De belangrijkste hierbij is de spoelworm, Toxocara. Na opname van eitjes door een mens maakt de larve een trektocht door het lichaam. De larven ontwikkelen zich niet tot volwassen wormen en sterven na verloop van tijd af. Ze kunnen vrij onschuldige griepachtige verschijnselen veroorzaken en bij grote uitzondering ook long-, lever- en oog-aandoeningen. De larven spelen ook een rol bij het ontstaan van astma. De eitjes worden met de ontlasting van hond of kat uitgescheiden, maar worden pas na minstens enkele dagen besmettelijk. De besmettingkans door direct contact met hond of kat is dan ook niet groot; het gevaar zit vooral in de plaatsen waar honden- en kattenontlasting terecht komt: tuinen, zandbakken e.d.

Regelmatig ontwormen is niet alleen voor de gezondheid van het dier van belang, maar ook om het risico van infectie voor de mens (en vooral voor kinderen) te beperken. Pups en kittens moeten volgens een vastgesteld schema worden ontwormd en daarna minimaal 2 x per jaar.

De kleine vossenlintworm, Echinococcus, komt in grote delen van Europa onder de vossen voor en kan ook de hond infecteren. Dat kan dan weer een infectie risico voor de mens opleveren.

Huidparasieten
De huidmijt Cheyletiella veroorzaakt bij het dier jeuk en schilfering van de huid. Bij een deel van de contactpersonen veroorzaakt de mijt ook huidklachten. Hetzelfde geldt voor vogelmijten. Als de mijten op het huisdier worden bestreden, verdwijnen de verschijnselen bij de mens meestal vanzelf. Bij honden wordt de echte schurft, veroorzaakt door de mijt Sarcoptes, nog maar heel zelden gezien. Ook deze mijt kan bij mensen een (tijdelijke) huidinfectie veroorzaken.

Huidschimmels kunnen zowel van een huisdier op de mens overgaan als andersom.

Bacteriële infecties
Kattenkrabziekte en rattenbeetziekte kunnen ontstaan na een krab van een kat, resp. een beet van een rat of ander knaagdier. De dieren dragen dan een bacterie bij zich waar ze zelf geen last van hebben, terwijl die bacterie bij de mens wel ziekte verschijnselen kan veroorzaken.

Papegaaieziekte is een longontsteking, die doorgegeven kan worden door een papegaaiachtige met die ziekte.

Verschillende ontstekingsproducten van dieren (pus of neusuitvloeiing) kunnen bij de mens een wondinfectie veroorzaken. Normale hygiëne (handen wassen en bevuilde oppervlakken reinigen) voorkomt dit soort infecties. Bijtwonden moeten altijd schoongemaakt en gedesinfecteerd worden.

Virusinfecties
Hondsdolheid is een voor de mens levensgevaarlijke virusziekte, die wordt overgebracht door de beet van een dier met hondsdolheid. In Nederland komt hondsdolheid niet voor en door de verplichte vaccinatie bij grensoverschrijding is de kans dat het ooit voorkomt klein.

Toxoplasmose
Toxoplasma is een darmparasiet.  Een kat met toxoplasmose is daar nauwelijks ziek van, maar scheidt gedurende 1-2 weken eitjes uit met de ontlasting. Daarna heeft de kat zelf weerstand opgebouwd waardoor er in het verdere leven geen actieve uitscheiding meer kan optreden. De eitjes (oöcysten) zijn pas vanaf 2 dagen na het uitscheiden besmettelijk voor de mens, maar ze blijven dat wel heel lang. De mens kan dus rechtstreeks van de eigen kat toxoplasmose oplopen, maar alleen gedurende de korte tijd dat de eitjes worden uitgescheiden en alleen bij contact met ontlasting die meer dan twee dagen oud is. Door het eten van onvoldoende verhit vlees of via grond met oöcysten (ongewassen groente) is het besmettingsrisico veel hoger.

Toxoplasma veroorzaakt meestal geen ziekte-verschijnselen; veel mensen hebben er ooit contact mee gehad en hebben er weerstand tegen. Voor het ongeboren kind kan de infectie echter wel ernstige gevolgen hebben, zodat de preventie vooral van belang is voor zwangere vrouwen. Tijdens de zwangerschap kan contact met de kat beslist geen kwaad. Ook het schoonmaken van de kattenbak levert geen risico op, mits het dagelijks gebeurt.

 

Op de website van het RIVM staat heel veel meer informatie over allerlei zoönosen.

01-02-2007