Oudere honden

Wat is oud?
In het algemeen zijn grote honden “eerder” oud dan kleintjes. Kleine rassen halen regelmatig een leeftijd van 14 jaar, terwijl een groot ras met een leeftijd van 10 jaar al erg oud is. Bij oudere dieren zal alles wat trager gaan. Gehoor en gezichtvermogen verminderen en het uithoudings-vermogen neemt af. De dieren hebben meer behoefte aan rust. Bij het geven van de jaarlijkse vaccinatie wordt uw hond altijd gecontroleerd door de dierenarts. Met onderstaande gegevens kunt u ook zelf extra attent zijn op zaken die bij de ouder wordende hond van belang zijn.

Voeding
Zolang een hond gezond is, is het niet altijd nodig iets in de voeding aan te passen.  De samenstelling van een seniorendieet houdt er rekening mee dat een oudere hond minder actief is en dan een lagere voedingsbehoefte heeft. Dit is natuurlijk vooral van belang als een hond te zwaar is of te zwaar dreigt te worden.  Daarnaast is seniorenvoer gunstig als de nierfunctie van de oudere hond geleidelijk wat gaat verminderen; het eiwit gehalte en de samenstelling is zo dat de nieren zo weinig mogelijk belast worden. In de kliniek hebben wij voor oudere honden het Geriatril-voer van de firma Leo. Speciaal dieetvoer is nodig als er verschijnselen zijn van vermindering van bepaalde lichaamsfuncties, zoals bijvoorbeeld de spijsvertering of de lever- of nierfunctie.

Ziektes
Veel van de kwalen zijn eenvoudig het gevolg van slijtage of veroudering van het weefsel. Op hogere leeftijd neemt de kans op infectieziektes toe, omdat het afweerstelsel minder actief wordt. Voor een oudere hond is het dan ook van extra belang dat de vaccinaties tijdig worden gegeven.
Doofheid bij oudere honden is eigenlijk altijd gevolg van het verminderd functioneren van het gehoororgaan en is dan ook niet behandelbaar. Oorsmeer ophoping als oorzaak komt vrijwel niet voor, dus uitspuiten van oren kan de situatie niet verbeteren. Zolang het gezichtsvermogen goed is lukt het baas en hond vaak goed om via gebarentaal van de baas te communiceren. Een dove hond is uiteraard niet meer onaangelijnd vertrouwd in het verkeer.
Een verminderd gezichtsvermogen kan verschillende oorzaken hebben. Bij alle oudere honden ontwikkelt zich geleidelijk staar , een grijswitte verkleuring van de lens (de zwarte pupil wordt steeds witter). De meeste honden passen zich prima aan bij het verminderende gezichtsvermogen en kunnen langdurig voldoende zien om een normaal hondenleven te leiden. (Als uw hond gewend is tv te kijken ligt dat natuurlijk anders.) Volledige blindheid door staar ontstaat eigenlijk alleen op een zo hoge leeftijd, dat tegen die tijd andere ouderdomskwalen belangrijker zijn. Staar is operatief te verhelpen, maar bij ouderdomsstaar is daar vrijwel nooit een reden voor.

Bij vermindering van de nierfunctie gaat een hond meer drinken en kunnen er verschillende andere klachten ontstaan. Lusteloosheid, een minder goed eetlust en conditie, een doffere vacht. Alleen met bloedonderzoek kan worden vastgesteld dat het om een nierfunctiestoornis gaat. De belangrijkste behandelingsmogelijkheid is dieetvoer. Meer gaan drinken en plassen kunnen ook andere oorzaken hebben, zoals bijvoorbeeld suikerziekte.
Bij de oudere hond zijn hartklachten meestal het gevolg van lekkende hartkleppen. Hoesten is hierbij een veel voorkomend verschijnsel. Veel dieren kunnen goed met medicijnen worden geholpen.
Gebitsproblemen in de vorm van tandsteen, tandvleesontsteking en slechte kiezen komen veel voor. Dit gaat natuurlijk vaak samen met een slechte adem. Voor oudere honden is een regelmatige controle en zonodig een gebitssanering door de dierenarts geen overbodige luxe.

Bij (niet gesteriliseerde) teven vormen baarmoederontstekingen en melkkliergezwellen belangrijke risico’s. Typisch voor een baarmoederontsteking zijn ziekteverschijnselen enkele weken na de loopsheid, lusteloosheid, slecht eten, veel drinken en mogelijk uitvloeiing uit de vagina. Een snelle behandeling, vaak operatief, is noodzakelijk. Bij oudere (niet gecastreerde) reuen komen nogal eens prostaatklachten voor. Dit uit zich in het verlies van druppeltjes bloed of urine en persen op urine en/of ontlasting. Het gaat vrijwel altijd om een goedaardige prostaatvergroting. Behandeling met medicijnen is goed mogelijk, als de klachten te snel weer terugkomen is castratie soms noodzakelijk.

Ook het “bewegingsapparaat” ontsnapt niet aan de veroudering. Gewrichten worden stijver en de spierkracht wordt minder.  Als oudere hond na een wandeling die langer is dan gebruikelijk een poosje gelegen heeft, is te zien dat het wat moeite kost om weer in de benen komen. De wandelingen zullen dus wat korter moeten worden en regelmaat in de hoeveelheid beweging is belangrijk. Bij honden wordt soms een beeld gezien dat vergelijkbaar is met dementie bij de mens. Ook een hond kan dan van gedrag veranderen en zelfs vergeetachtig worden.

01-02-2007