Oogaandoeningen

GRIJZE STAAR
Grijze Staar is een troebeling van de lens van het oog, waardoor deze ondoorlaatbaar wordt voor licht. Het toont zich doordat de zwarte pupil in het centrum van de gekleurde iris geleidelijk grijzig en later wit wordt.
In het begin ontstaat hierdoor het beeld als bij het kijken door matglas, bij verergering zal geleidelijk volledige blindheid ontstaan.
Een enkele keer ontstaat staar al op jonge leeftijd, soms wordt het gezien als complicatie bij suikerziekte, maar in de meeste gevallen gaat het om honden met ouderdomsstaar.
Bij honden zien we vanaf een leeftijd van 7 jaar dat de lens heel geleidelijk troebel wordt.
Zeker in het begin heeft het dier daar nog geen last van. Pas na verloop van tijd kan merkbaar zijn dat de hond geleidelijk minder gaat zien. Volledige blindheid zien we vooral bij honden die 14 jaar of ouder zijn.
Door de geleidelijke ontwikkeling past een dier zich meestal goed aan bij een verminderd gezichtsvermogen. Binnenshuis zal het niet eens opvallen, zolang de spullen in huis op dezelfde plaats blijven staan. Een hond kent de weg in huis blindelings.
Buitenshuis kan loslopen problemen geven, vooral als het om een oude hond gaat waarvan ook het gehoor afneemt.
Een groot verschil met mensen is natuurlijk dat honden niet lezen of tv kijken en daarom veel langer tevreden kunnen zijn met een wat minder scherp zicht. Daar komt bij dat een hond veel meer vertrouwt op zijn neus.

Net als bij mensen is ook bij honden een staar operatie mogelijk.
Bij het bovenbeschreven verloop bij oudere honden is dat meestal niet aan de orde. De mate waarin de hond door de kwaal wordt gehinderd, rechtvaardigt de operatie niet.
Bij een jonge hond met staar ontstaat de blindheid vaak veel sneller, zodat het dier zich minder kan aanpassen. Bovendien is de last die het dier ervan ondervindt bij een jonge actieve hond veel groter.
In dat geval kan een hond voor operatie verwezen worden naar een oogspecialist.
Als bij controle blijkt dat het netvlies nog wel goed functioneert kan tot operatie worden besloten.
Bij deze operatie wordt de ondoorzichtige lens verwijderd. Na een geslaagde operatie kan de hond weer zien, zij het met een minder scherp beeld.
Allerlei nieuwe mogelijkheden die er voor mensen beschikbaar zijn, kunnen geleidelijk ook wel bij dieren worden toegepast. Lasertechniek en kunstlenzen zijn in principe ook bij dieren mogelijk.
Het al dan niet tot operatie besluiten zal een afweging zijn van de mate waarin een dier last heeft van het slechte gezichtsvermogen en wat de operatie betekent in belasting van het dier en de portemonnee van de eigenaar.

CONJUNCTIVITIS
De meest voorkomende oogaandoening bij hond en kat is conjunctivitis, een ontsteking van het slijmvlies van de oogleden en soms het oogwit.

Verschijnselen:
Roodheid en uitvloeiing, van waterig tot pus, traanstrepen, ingedroogd materiaal in de ooghoek. Daarnaast veel knipperen met de ogen of de ogen min of meer dicht houden.
Oorzaak: 
De oorzaak is vaak irritatie door tocht of een tikje tegen een oog, bij het spel of in het struikgewas opgelopen. Lang niet altijd is de oorzaak op te sporen en het ene dier is gevoeliger dan het andere.
Soms wordt de ontsteking veroorzaakt door een afwijking aan de oogleden, haartjes op de rand of standsafwijkingen; soms door een afwijking van het oog zelf of door onvoldoende traanproductie.
Als beide ogen ontstoken zijn kunnen ook allergieën of infectieziekten oorzaak zijn.
Vooral aandoeningen van de luchtwegen, zoals niesziekte bij de kat, gaan nogal eens gepaard met ontstoken ogen.
Behandeling:
Zo nu en dan een slijmpropje in de ooghoek is normaal; schoonhouden is dan voldoende.
Ook een lichte conjunctivitis met alleen wat waterige uitvloeiing kan verbeteren met alleen het schoonhouden van het oog met lauw gekookt water.
Bij een langduriger lichte ontsteking of als er pus te zien is, is controle door de dierenarts nodig, zeker als er ook sprake is van zwelling van oogleden en/of het dichtknijpen van het oog.
Er zal dan allicht behandeling nodig zijn met antibioticum zalf of druppels en mogelijk een specifiekere behandeling als er bijvoorbeeld een beschadiging van de oogbol of een voorwerpje in het oog geconstateerd wordt. Soms is chirurgie noodzakelijk om de oorzaak weg te nemen.

KERATOCONJUNCTIVITIS SICCA (KCS)
Deze term staat voor ontsteking van oogleden en hoornvlies door “droge ogen”; onvoldoende traanproductie.
Voor een gezond oog is het nodig dat het oppervlak voortdurend vochtig gehouden wordt. Daar zorgt een aantal traanklieren voor en door het knipperen van oogleden wordt dit traanvocht over de oogbol verspreid.
De vorming van onvoldoende traanvocht kan het gevolg zijn van beschadiging van de traanklier of een complicatie bij bepaalde ziekten, als gevolg van een aantal geneesmiddelen of een immuunstoornis.
Sommige rassen zijn gevoeliger dan andere.
Meestal ontstaat het op latere leeftijd; een enkele keer zien we het als aangeboren afwijking. Met een teststrookje kan de traanproductie gemeten worden. Als er in 1 minuut onvoldoende vocht door het speciale vloeipapierstrookje wordt opgezogen weten we dat de traanproductie onvoldoende is.

Een oog met kcs is echt “vuil”; taaie pus blijft tussen de oogleden hangen.
In een later stadium worden veranderingen aan het hoornvlies zichtbaar, een dof grijzig oppervlak.
Als door ontsteking het hoornvlies ondoorzichtig wordt, leidt dat tot blindheid.

De behandeling van deze aandoening is intensief.
De ogen moeten vele keren per dag worden schoongespoeld en ingedruppeld worden met kunsttranen. Een aantal keren per dag is een antibioticum zalf nodig.
En daarnaast wordt nog gebruik gemaakt van een speciale zalf dat het vermogen heeft de traanproductie aan te zetten. Als deze zalf aanslaat kan het oog weer heel ver genezen, al is ook dan meestal levenslange behandeling van het oog nodig om de traanproductie op peil te houden.

18-04-2018