Onzindelijkheid bij katten

Een niet gecastreerde kater (en soms ook een poes) markeert door het sproeien van urine z’n terrein en laat zo goed merken dat hij er is. Onzindelijkheid is voor de niet-gecastreerde dieren dan ook als normaal gedrag te beschouwen. Wat is er echter aan de hand als een ‘behandelde’ kat onzindelijk is??
Onzindelijkheid kan een lichamelijke oorzaak hebben; door een blaasontsteking kan een kat overal in huis kleine plasjes gaan doen en ook diarree of te harde ontlasting kan tot onzindelijkheid leiden. Als ziekteoorzaken uitgesloten kunnen worden, is de onzindelijkheid een gedragsverschijnsel.
Een belangrijke oorzaak is dan stress of ontevreden-heid, zoals bij een altijd buiten levende kat die ineens binnen moet blijven, de vakantie van de eigenaar, een nieuwe kat erbij, ruzie’s tussen katten, veranderingen in de gezinssamenstelling, woning of inrichting.
Daarnaast kan elke reden die bij een ongecastreerde kater het sproeigedrag opwekt ook bij behandelde katers en poezen nog invloed hebben. Dit betreft dan vooral de stimulerende invloed van katten in de omgeving, zowel katten in het eigen huis als buurkatten.
Als er een duidelijke aanleiding aan te geven is, wordt het probleem snel opgelost door de oorzaak weg te nemen. Dit is helaas lang niet altijd mogelijk.
Een eerste voorwaarde om van een kat te verwachten dat hij of zij zindelijk is, is een schone, prettige en veilige kattenbak onder pootbereik. Het gebruik van de bak kan soms gestimuleerd worden door vaker schoon te maken, door de kap er af te halen, door de bak met een ander type kattengrit te vullen, door de plaats te veranderen of door meerdere bakken in huis te plaatsen. Als vuistgreep voor het aantal kattenbakken in huis geldt: het aantal katten plus één. Plaats de kattenbakken op voor katten rustige plekken. Dus niet vlak voor de koelkast (die gaat vaak open) of bij de deur of bij de voerbakken.
Als de onzindelijkheid op een enkele plaats in huis voordoet kan juist op die plek een bak geplaatst worden. Maakt de kat daar eenmaal gebruik van dan kan de bak geleidelijk naar een mogelijk praktischer plek verplaatst worden.
Peper, een doorgesneden ui of speciaal in de handel zijnde stoffen kunnen een plek in de neus van de kat ongeschikt maken om er te plassen, maar het effect hiervan valt meestal tegen. Een onplezierige ondergrond kan ook remmend werken, bijvoorbeeld aluminiumfolie of een stekelige mat bij de deur.
In de kliniek leveren wij ‘Feliway’, een stof met de ‘eigen-kopjes-geur’ van de kat. Deze geur maakt voor de kat een plek ongeschikt om een urinegeur achter te laten.
Bestraffen heeft alleen zin als de straf voor de kat duidelijk gekoppeld is aan het onzindelijk zijn. De plantenspuit of een plotseling hard geluid op het moment dat de overtreding wordt gepleegd kan effect hebben. Bestraffen achteraf heeft geen zin en kan zelfs averechts werken als het juist de extra aandacht oplevert die het dier wenst of als het de eventuele stress vergroot.
De onzindelijkheid en zonodig de hele kat negeren kan dan meer effect hebben.
Als alle genoemde maatregelen het gedrag niet veranderen, overlegt u dan met ons over een mogelijke behandeling met medicijnen. Ook van de hardnekkig onzindelijke dieren reageert een aantal goed op een hormoonbehandeling of op een andere vorm van medicatie. Soms is het nodig om een kattengedragstherapeut in te schalen.

18-04-2018