Wat is een vaccinatie of inenting.
Vaccinatie is mogelijk tegen een aantal ziekten waarbij een ziekteverwekker van buitenaf het lichaam binnendringt, via de luchtwegen, via de bek en soms via wondjes.
Na contact met ziekteverwekkers, zoals bijvoorbeeld virussen, reageert het lichaam met de vorming van antistoffen. Als er voldoende weerstand is zal het lichaam zich daarna kunnen herstellen van de ziekte die gevolg was van de virusinfectie. Als op een later tijdstip het lichaam dezelfde ziekteverwekker opnieuw tegen komt kunnen antistoffen nog in voldoende mate aanwezig zijn om het virus, al voordat er ziekte volgt, te doden.
Een vaccinatie imiteert dit proces. In een vaccin is het deel van de ziekteverwekker dat de weerstandsreactie oproept behouden en is het deel dat ziekte veroorzaakt onwerkzaam gemaakt.
Nadat het vaccin is ingespoten reageert het lichaam met opbouw van antistoffen zonder dat er sprake is van ziekteverschijnselen. Deze antistoffen blijven 1 à 2 jaar aanwezig.
Tegen welke ziekten kan gevaccineerd worden?
Honden:
Hondenziekte:
Verschijnselen zijn acuut en ernstig, met o.a. hoge koorts, diarree, ontstoken ogen, longontsteking en hersenverschijnselen, met vrijwel altijd een dodelijk verloop.
Besmettelijke leverziekte.
Vooral voor jonge dieren een, door de ernstige verstoring van de leverfunctie, vaak zeer snel dodelijk verlopende ziekte. Soms zijn de verschijnselen milder en kan een hond herstellen.
Parvovirusdiarree:
De ziekte gaat samen met hoge koorts, braken, bloederige diarree en grote kans op uitdroging.
Vooral bij jongere dieren, maar bij iedere hond met onvoldoende weerstand kan het verloop levensbedreigend zijn. Het virus verspreidt zich via ontlasting.
Ziekte van Weil (leptospirose):
Het bekendste is de vorm die via rattenurine wordt overgebracht en dus kan voorkomen in en bij water waarin ratten kunnen zitten. Deze ziekte is ook gevaarlijk voor de mens. Een andere vorm van leptospirose wordt via urine van hond op hond overgebracht.
De ziekteverschijnselen berusten vooral op de ernstige gevolgen van een stoornis in lever- en nierfunctie en het verloop is vaak dodelijk.
Kennelhoest:
De oorzaak hiervan is een combinatie van virussen (o.a. het para-influenza virus), een bacterie (Bordetella) en vaak ook invloed van de omstandigheden waarin veel honden bij elkaar zijn, zoals in pensions. De ziekte uit zich vooral door een hinderlijke hoest, meestal zonder echt ernstige ziekteverschijnselen, maar vaak wel in een nogal hardnekkige vorm.
Hondsdolheid (rabiës):
Een zeer ernstige, ook voor de mens levensgevaarlijke ziekte met zenuwverschijnselen. Verspreiding gaat via speeksel, vooral via bijtwonden. In Nederland komt hondsdolheid tegenwoordig niet voor.
Katten:
Kattenziekte:
Een acuut, zeer ernstig ziektebeeld, met diarree, koorts, bloedarmoede en zeer snel uitdrogings-verschijnselen. Kattenziekte heeft vrijwel altijd een dodelijk verloop.
Niesziekte:
Het meest kenmerkende verschijnsel is niezen. Verder varieert het ziekte beeld van een milde vorm waarin naast het niezen nauwelijks verschijnselen merkbaar zijn tot een ernstige vorm met zowel ontsteking van de neusholte als ontsteking van ogen, keel en mondholte.
In de ernstiger vorm voelt de kat zich ook echt ziek, heeft koorts en wil niet eten en drinken. Meestal zal ook zo'n kat met een goede behandeling gelukkig kunnen herstellen, bij uitzondering kan de infectie tot de dood leiden. Soms blijven herstelde dieren nog zeer langdurig niezen.
Hondsdolheid:
Voor de kat geldt hetzelfde als bij de hond.
Vaccinatieschema voor honden:
| 6 weken leeftijd | hondenziekte en parvo |
| 9 weken leeftijd | parvo, ziekte van weil en kennelhoest *) |
| 12 weken leeftijd | cocktail **) |
| een jaar later | cocktail |
| daarna 2 jaren achtereen | jaarlijks ziekte van weil en parainfluenza |
| op 4 jarige leeftijd | cocktail |
| daarna | 2 jaren achtereen ziekte van weil en parainfluenza en het derde jaar weer een cocktail. |
*) kennelhoest: het parainfluenzavirus en de bordetellabacterie (neusdruppelenting)
De parainfluenza-enting, die pups op 9 weken altijd kregen is alleen nog beschikbaar in combinatie met de neusdruppelenting tegen kennelhoest.
Aangezien veel pups naar een puppycursus gaan of op andere wijze met andere pups in contact komen, adviseren wij pups op een leeftijd van 9 weken tegen kennelhoest te laten vaccineren.
Voor volwassen honden is de kennelhoestenting voornamelijk nodig is als de hond in pension gaat of veel in een groep honden verblijft zoals bij de hondenclub, uitlaatservice of creche. Als voordurende bescherming gewenst is, moet de neusdruppelenting jaarlijks worden herhaald.
**) hondenziekte, parvo, leverziekte, parainfluenza, ziekte van weil.
Van de bescherming tegen hondenziekte en parvo is bij het door Dierenkliniek Duurstede gebruikte vaccin komen vast te staan dat het gedurende drie jaren een goede bescherming geeft tegen deze twee ziekten. Vandaar dat wij de tussentijden tussen de grote cocktailentingen vanaf 2008 verlengd hebben van 2 naar 3 jaar.
Dit geldt nadat de hond de juiste puppy-entingen gehad heeft en daarna op 1 jarige leeftijd een cocktail enting heeft gehad.
Let op: Als uw hond niet in onze kliniek gevaccineerd is, dan is er mogelijk gebruik gemaakt van een vaccin met ook voor hondenziekte en parvo een werkingsduur van slechts 1 jaar.
Tegen ziekte van weil en parainfluenza moet altijd jaarlijks worden gevaccineerd.
De hondsdolheidenting is alleen nodig (en dan ook verplicht) bij bezoek aan het buitenland.
Zie voor verdere informatie vakantie
Vaccinatieschema voor katten:
| 9 weken leeftijd | niesziekte |
| 12 weken leeftijd | katten- en niesziekte |
| een jaar later | katten- en niesziekte |
| daarna 2 jaren achtereen | niesziekte |
| op 4 jarige leeftijd | katten- en niesziekte |
| daarna | 2 jaren achtereen alleen niesziekte en het derde jaar weer katten- en niesziekte. |
De hondsdolheidenting is alleen nodig (en dan ook verplicht) bij bezoek aan het buitenland.
Waarom vaccineren?
Uiteraard vooral omdat vaccinatie de grootste zekerheid geeft dat een huisdieren niet één van de genoemde ernstige ziekten zal oplopen.
Daarnaast is het resultaat van het regelmatig vaccineren dat de betreffende virussen steeds minder voorkomen. De kans om in Nederland katten- of hondenziekte op te lopen is daardoor gelukkig veel kleiner dan vroeger.
Als we echter zouden stoppen met vaccineren, dan zou een aantal virussen binnen korte tijd weer op grote schaal voorkomen en net als vroeger een bedreiging vormen voor de gezondheid van onze huisvrienden.
23-10-09
|
Terug naar Nieuwsbrieven |
![]() |
Terug naar Alfabetisch overzicht |