Nieuwsbrief November

Subklinische Slepende melkziekte
De echte Slepende Melkziekte (Acetonemie), waarbij je de zieke koe al op afstand kan herkennen aan de typische, zoetige geur, komt weinig meer voor. Echter de subklinische vorm komt juist steeds vaker voor. Bij bestudering van de Melkproductieregistratie-gegevens zijn de licht zieke koeien al te vinden door de hoge vet-eiwit verhouding (hoger dan 1,5) in combinatie met een eiwitgehalte lager dan 3 %, maar deze waarden zijn niet 100 % betrouwbaar.
Veel betrouwbaarder is het onderzoek van een bloedmonster op betahydroxybutyraat. Daarvoor beschikken we over een sneltest die ter plaatse uitgevoerd kan worden. Normale waarden bevinden zich tussen 0,6 en 1,2 mmol/l. Tussen 1,2 en 1,6 is er al sprake van een energietekort. Tussen 1,6 en 2,5 is er sprake van subklinische acetonemie. De koe toont dan niet ziek, maar produceert minder melk dan normaal.
Bij waarden boven de 2,5 is de koe ziek: sloom en slechte eetlust. Koeien met subklinische acetonemie hebben een grotere kans op andere problemen zoals vruchtbaarheidsstoornissen, lebmaagverplaatsingen en mastitis. Vooral in de periode van de negatieve energiebalans (die begint al enkele weken voor het afkalven en die eindigt meestal ongeveer op 2 a 3 maanden na het afkalven) kunnen koeien (subklinische) slepende melkziekte krijgen, met alle problemen van dien.
Een goed rantsoen die op de juiste wijze verstrekt wordt, kan dit probleem voorkomen. Een goede monitoring is hierbij op zijn plaats. Daarvoor leent het bloedonderzoek van de risicogroep zich uitstekend!

Nieuw combinatiemiddel tegen leverbot en wormen bij schapen
De firma Janssen Animal Health heeft kort geleden een nieuw middel voor schapen op de markt gebracht tegen leverbot en wormen. Het middel bevat twee werkzame stoffen: Closantel (tegen leverbotten van minimaal 5 a 8 weken oud) en Mebendazole (tegen maagdarmwormen, longwormen en de larvale stadia van de schapenhorzel).
Het nadeel van het middel is dat het niet de jongere leverbotten afdoodt, die meestal verantwoordelijk zijn voor de acute vorm van Leverbotziekte bij schapen, die vaak dodelijk verloopt.
Daartegen helpt het middel Triclabendazol beter (vanaf 1 a 2 weken oud), maar hiertegen bestaat vooral in Noord-Holland al veel resistentie.
Het nieuwe middel is niet geschikt voor melkschapen.

Bedrijfsbehandelplan voor Melkveebedrijven
De melkveehouders ontvangen bij deze nieuwsbrief tevens een invulformulier om het Bedrijfsbehandelplan Mastitis op te stellen of, indien die al gehanteerd wordt, aan te passen. Wij verzoeken deze veehouders om het in te vullen en een afspraak te maken met ons om het Bedrijfsbehandelplan door te spreken. Dit kan bijvoorbeeld tegelijkertijd met het Periodiek Bedrijfs Bezoek.
Zorgt u dan ervoor dat u dit ingevulde formulier hebt klaarliggen en tevens de overige gegevens die vermeld staan op het invulformulier (MPR, Bedrijfsjournaal, BO-uitslagen en, als u daar gebruik van maakt, een uitdraai van UCGN Mastitismonitor uit uw managementprogramma. Met deze gegevens kunnen wij samen met u het meest optimale Bedrijfsbehandelplan opstellen!

Dopingreglementen voor paarden
De Koninklijke Nederlandse Hippische Sportfederatie (KNHS) hanteert een dopingreglement voor paarden. Een aantal diergeneesmiddelen valt onder het begrip "doping". Voorbeelden daarvan zijn pijnstillers, kalmeringsmiddelen en sommige antibiotica. Indien u deelneemt aan een wedstrijd en kort tevoren zijn er nog diergeneesmiddelen aan uw paard toegediend, overlegt u dan tevoren met uw dierenarts omtrent de wachttijd voor deelname aan de wedstrijd!

Adaptatie van gelten op vermeerderingsbedrijven
Gelten die aangekocht worden van een fokbedrijf, moeten geadapteerd (gewend) worden aan het vermeerderingsbedrijf. De meest optimale methode is opvang in een quarantainestal, minimaal 12 weken voor de toevoeging aan de dekstal. Gedurende de eerste 6 weken van die quarantaineperiode dienen de vaccinaties te worden uitgevoerd, waartegen de zeugen ook gevaccineerd worden.
Denk bijvoorbeeld aan Vlekziekte, Parvovirus, Geboortediarree t.g.v. E. Coli K88. Sommige vermeerderingsbedrijven hebben echter (nog) geen quarantainestal. De gelten worden dan geadapteerd in de opfokstal van het fokbedrijf. Overleg dan goed met de fokker waartegen de gelten gevaccineerd moeten worden! Indien u vragen daarover hebt, zijn we graag bereid om toelichting te geven!

Veel mestmonsters van paarden positief op wormonderzoek
De laatste tijd ontvangen we vaak mestmonsters die positief blijken te zijn op wormeieren. De conclusie kan dan getrokken worden dat het ontwormingsregime afgelopen zomer niet optimaal is geweest.
Het is dan noodzakelijk om dit regime, in overleg met de dierenarts, bij te stellen. Dit hoeft niet automatisch te betekenen dat er vaker ontwormd moet worden. Soms hoeft alleen de weidehygiëne verbeterd te worden of soms moet het ontwormingsmoment van de paarden in dezelfde wei beter gesynchroniseerd worden.
In deze tijd van het jaar (4e kwartaal) kan het beste gebruik worden gemaakt van een ontwormingsmiddel dat niet alleen effectief is tegen volwassen maagdarmwormen, maar ook tegen de larvale stadia ervan en tegen paardenhorzellarven en tegen lintworm. Eigenlijk is er maar 1 soort pasta op de markt die zich hiervoor leent.

Mexicaanse griep kan ook varkens ziek maken!
De Mexicaanse griep, die veroorzaakt wordt door een Influenzavirus H1N1, kan ook varkensgriep veroorzaken.
Het ligt dus in de lijn van de verwachting, dat als de varkenshouder ziek wordt door dit griepvirus, dat de varkens dan ook ziek worden (of andersom).
Omdat er zeer terughoudend moet worden omgegaan met antibioticagebruik en omdat antibiotica niet tegen het griepvirus werken, is het verstandiger om direct bij de eerste verschijnselen (hoesten, veel tikkers en hoge koorts) Salicylzuur door het drinkwater te geven. Ernstig zieke dieren (de tikkers) kunnen ingespoten worden met een antibioticum zoals Florfenicol of Oxytetracycline en daarnaast een ontstekingsremmer, bijvoorbeeld Flunixine.
Het is natuurlijk verstandig om bij een uitbraak eerst de dierenarts te consulteren.

Secties van kalveren, schapen of varkens
Soms is het noodzakelijk om, voor een diagnosestelling, overleden dieren in te sturen naar de Gezondheidsdienst voor dieren voor sectie en nader onderzoek. De GD maakt gebruik van een ophaaldienst. Indien de melding voor 10.00 uur ´s morgens wordt gedaan, dan wordt het kadaver nog dezelfde dag opgehaald en onderzocht. Het telefoonnummer van de ophaaldienst is 0900-20 200 12.

maandbrieven

Terug naar Landbouwhuisdieren