Nieuwsbrief Maart

Het voorjaar komt eraan!
De winter nadert zijn einde en er moeten weer plannen gemaakt voor het komende weideseizoen. Kalveren die straks naar buiten gaan krijgen te maken met wormbesmettingen en die zijn ook noodzakelijk om voldoende weerstand ertegen op te bouwen.
Het is de truc om de wormbesmetting aanvaardbaar laag te houden, zodat er geen groeivertraging optreedt, terwijl er wel een weerstandsopbouw kan plaatsvinden. Hiervoor heeft de Gezondheidsdienst voor dieren een beslisboom opgesteld, de Sleutel voor de bestrijding voor maagdarm- en longwormen in het eerste weideseizoen.
Vrijwel altijd komt men uit op longwormvaccinatie als advies, voorafgaande aan de weidegang: vanaf 6 weken leeftijd tweemaal enten met 4 weken tussentijd. Vanaf 2 weken na de tweede vaccinatie mogen de kalveren naar buiten.
Wat maagdarmwormpreventie betreft is het verstandig om de kalveren niet eerder dan 1 juli weidegang te geven. Ze dienen dan ingeschaard te worden op etgroen. Deze kalveren komen aldus op een schone weide en krijgen met een zeer lage aanvangsbesmetting te maken die leidt tot een geleidelijke weerstandsopbouw en een blijvend lage weidebesmetting. Het zoveel mogelijk omweiden naar nieuwe stukken etgroen (om de drie weken) helpt zware besmettingen te voorkomen.
Ontworming is op deze wijze onnodig en ongewenst omdat dat de weerstandopbouw afremt. Als de kalveren gevaccineerd zijn tegen longworm, zal de weerstand voldoende zijn om ernstige longinvasies te voorkomen. Een lichte besmetting draagt bij aan een versteviging van de weerstand.

Rundvee dat geen of weinig krachtvoer verstrekt krijgt (jongvee en droogstaand vee) dient vaak extra mineralen verstrekt te worden. In de winter gebeurt dat vaak door mineralenmengsels over het voer te strooien of er doorheen te mengen. Bij weidegang is dat niet mogelijk. Vandaar dat er steeds meer gebruik gemaakt wordt van mineralenbolussen die aan het begin van de weidegang met een speciale pillenschieter ingegeven worden. De Ferti Plus bolus is bij uitstek geschikt voor jongvee vanaf 150 kg lichaamsgewicht, voor melkvee aan het begin van de droogstand en voor mestvee vanaf 4 maanden leeftijd.
2 boli per dier geeft gedurende ongeveer 6 maanden geleidelijk de belangrijkste spoorelementen en mineralen af: Koper, Mangaan, Jodium, Zink, Kobalt, Selenium, Calcium, Natrium en daarnaast Vitamine A, D3 en E. De Ferti Plus boli zijn in dozen van 20 stuks verkrijgbaar. Bij een eerste bestelling krijgt u gratis een speciale bolusschieter erbij geleverd!

Een ander probleem waar weidend rundvee mee te maken krijgt in de loop van de zomer is vliegenoverlast. Vliegen kunnen bacteriën overdragen die schadelijk zijn voor rundvee: Staphyloccen en Acrobacterium Pyogenes die beiden mastitis kunnen veroorzaken en Moraxella Bovis, de verwekker van de besmettelijke oogontsteking Houw, die kan eindigen in blindheid.
Auriplak oorflappen beschermen 5 maanden tegen deze vliegen (2 flappen per dier). Ook zijn er Pour On preparaten verkrijgbaar die meerdere weken bescherming bieden. Genoemde middelen hebben ook een beschermend effect tegen knutten die Blauwtongziekte kunnen overdragen.
Tegen laatstgenoemde ziekte is ook een vaccinatie mogelijk, niet alleen bij rundvee, maar natuurlijk ook bij schapen, die extreem gevoelig zijn, en geiten. Deze vaccinaties kunnen het beste aan het einde van het stalseizoen worden uitgevoerd.

Kalverdiarree beter voorkomen dan genezen
Vooral in de tweede helft van de winter werd vanouds vaak diarree bij de kalveren gezien. Tegenwoordig is dit echter een steeds minder groot probleem, omdat veehouders zich bewust zijn van het belang van de te nemen preventieve maatregelen. Hier staat alles nog eens op een rijtje:
1. Zorg dat de geboorte in een schone afkalfstal plaatsvindt. De koe dient zelf ook schoon te zijn tijdens de geboorte en dan vooral de achterhand. Bij eventuele geboortehulp dient gebruik gemaakt te worden van schone en ontsmette hulpmaterialen.
2. Leg het kalf zo snel mogelijk na de geboorte in een schone en ontsmette eenlingbox (die liefst tevoren in de zon is gedroogd om Rotavirussen af te laten sterven) met schoon stro. Gebruikt u een kruiwagen voor het vervoer? Die moet ook schoon zijn en leg er tevoren wat schoon stro in. Hang een lamp boven het kalf tot het opgedroogd is. Het kalf dient minimaal 3 weken in deze box te blijven.
3. Geef het kalf zo vroeg mogelijk na de geboorte de eerste biest, zoveel mogelijk en zo vaak mogelijk biest van de eigen moeder (VVV). Alleen als de moeder geen of slechte biest produceert, mag biest van een andere koe gegeven worden (bijvoorbeeld biest dat bewaard is in de diepvries). 4. Na de biestperiode kan het beste correct aangemaakte kunstmelk verstrekt worden. De emmer waarin dit gegeven wordt, dient steeds schoongemaakt te zijn met goed heet water (minimaal 70 graden Celsius, dat is te heet om aan te raken!).
5. Vanaf 1 week leeftijd dient al vers hooi, kalverbrokjes en drinkwater gegeven te worden naast de kunstmelk.
6. Na 3 weken mag het kalf verplaatst worden naar een groepshok op stro. Verplaats daarna de kalveren steeds als groep naar het volgende groepshok en maak het hok tevoren steeds huishoudelijk schoon. Gebruik daarbij geen hogedrukspuit om rondspatten van mestdeeltjes te voorkomen.
7. Zorg dat u bij de verzorging van de kalveren schone laarzen en werkkleding draagt en werk altijd in de richting van jong naar oud.

Ontworming van ooien na het aflammeren Het is een goed gebruik om ooien, direct na het aflammeren en in ieder geval voordat ze weer naar buiten gaan, te ontwormen. Dit heeft als doel om de zogenaamde Springrise (de plotselinge stijging van de wormei-uitscheiding met de mest die in het voorjaar na het aflammeren optreedt) de kop in te drukken.
De eieren die tijdens de Springrise uitgescheiden worden, zijn meestal afkomstig van de Haemonchus Contortus (de rode maagworm) die geen diarree veroorzaakt maar bloedarmoede die vooral bij lammeren levensbedreigend kan zijn. Deze worm vertoont veel resistentie tegen wormmiddelen, vooral tegen de benzimidazolderivaten, maar ook tegen Ivermectine.
Het is daarom goed om door middel van fecesonderzoek te laten controleren of een ontwormingsbehandeling het gewenste resultaat heeft opgeleverd, liefst 1 a 2 weken na de ingestelde behandeling.

Adviezen voor paardeneigenaren
Binnenkort gaan de eerste paarden en pony's weer naar de wei. Het is goed om van tevoren enige maatregelen te nemen. Ten eerste is het verstandig om het paard, een dag voor de eerste weidegang, te ontwormen. De bedoeling hiervan is dat de mest die op het gras wordt gedeponeerd vrij is van wormeieren, zodat de weidebesmetting in aanvang laag blijft. Ten tweede is het verstandig om paarden en pony's niet met een lege maag de wei in te sturen. Geef ze dus voorafgaande de weidegang eerst hooi.
Hiermee wordt voorkomen dat er een grote hoeveelheid gras ineens wordt opgenomen, waardoor de kans op ernstige problemen zoals maagoverlading en hoefbevangenheid verkleind wordt. Op zonnige dagen met koude nachten stijgt het suikergehalte in gras aanzienlijk en paarden en pony's die daar gevoelig voor zijn, kunnen dan hoefbevangen worden. Bijvoeding met hooi is dan noodzakelijk of eventueel is het zelfs noodzakelijk om een gevoelige pony op dit soort dagen volledig op stal te houden.

Hebt u een hengst die u wilt laten ruinen (castreren)? Overleg dan met ons wat de verstandigste aanpak is. Jonge hengsten die niet al te groot zijn kunnen uitstekend in het voorjaar in de wei worden gecastreerd. Oudere of zware hengsten kunnen beter in een kliniek gecastreerd worden. In alle gevallen geldt dat een goede bescherming tegen Tetanus belangrijk is. Dit kan door middel van vaccinatie met Influenza- en Tetanusvaccin (een basisvaccinatie van drie entingen geeft twee jaar bescherming) voorafgaande aan de castratie of door het toedienen van tetanusserum gelijktijdig met de castratie.

Verwacht u binnenkort een veulen? Zorgt u dan voor een goed bewakingssysteem voor de merrie. Meestal gebeurt een geboorte bij een merrie probleemloos en vlot, maar als het niet goed gaat en de hulp komt te laat, dan gaat het helemaal fout, niet alleen voor het veulen, maar soms ook voor de merrie!
Bij een stagnerende geboorte neemt de overlevingskans voor het veulen per 10 minuten met 16 % af! Vandaar dat keizersnedes bij merries slechts zelden worden uitgevoerd; het loopt meestal uit op een teleurstelling.
Soms is een afwijkende geboorteligging bij een veulen niet meer goed te krijgen, vooral als de geboorte al enige tijd geduurd heeft. Vandaar dat soms gekozen moet worden voor een foetotomie, waarbij een deel van het veulen afgezaagd moet worden om het geboren te kunnen laten worden. Het kan zelfs gebeuren dat een dierenarts dit besluit al moet nemen terwijl het veulen nog in leven is omdat dit de enige manier is om het leven van de merrie te redden. Het tijdig roepen van de dierenarts bij een paardenverlossing kan dit soort situaties in een groot aantal gevallen voorkomen.
Wanneer dient u de dierenarts te roepen en wat zijn de verdere maatregelen?
De geboorte van een veulen kondigt zich vaak niet aan. Merries die al vaker geveulend hebben, hebben vaak wel een vast patroon, waaraan de fokker soms kan herkennen dat de geboorte eraan komt. Maar dat is niet altijd betrouwbaar. Vaak begint de geboorte met het breken van de vliezen (de voorafgaande ontsluitingsfase verloopt snel en wordt vaak niet opgemerkt). Op dat moment zet de geboorte normaliter snel door en wordt het veulen binnen een kwartier geboren. De geboorte moet duidelijk voorspoedig verlopen: er komen twee voetjes tevoorschijn die, terwijl de merrie met korte tussenpozen persweeën vertoont, steeds verder naar buiten komen, waarna de neus van het veulen verschijnt (of de staart bij een stuitligging) en vervolgens wordt het veulen geboren. Indien er slechts 1 voetje verschijnt en er komt niet in korte tijd een tweede bij, of als na het verschijnen van 2 voeten de geboorte niet doorzet, dan dient de dierenarts direct gebeld te worden. Het is dan verstandig om, in afwachting van zijn/haar komst de merrie overeind te jagen en er rustig mee te gaan stappen, om doorpersen en eventuele schade te voorkomen.

Veulens die geboren gaan worden en na het spenen naar een opfokbedrijf worden gebracht waar veel veulens, jaarlingen en tweejarigen bij elkaar worden geweid, kunnen het beste tegen Droes worden gevaccineerd. Deze ziekte komt vooral op dit soort opfokbedrijven voor, tenzij er een vaccinatieregime wordt gehanteerd.

maandbrieven

Terug naar Landbouwhuisdieren