Hygiëneprotocol voor melkgeiten- en melkschapenbedrijven
Het Ministerie van LNV heeft recent het Hygiëneprotocol voor melkgeiten- en melkschapenbedrijven gepubliceerd. Dit protocol heeft als doel om de verspreiding van de Coxiella burnetii, de verwekker van Q-koorts, zoveel mogelijk te voorkomen en zo de kans op besmetting van mensen met deze bacterie zo klein mogelijk te maken.
Het is wellicht voor alle schapen- en geitenhouders (dus ook de niet melkleverende) verstandig om kennis te nemen van dit protocol en dit, voor zover mogelijk, zoveel mogelijk naleven, hoewel het voor de niet-melkleverende bedrijven niet verplicht is.
Het droogzetten van melkkoeien met droogzetinjectoren
De meeste koeien worden bij het droogzetten behandeld met een droogzetinjector. Het doel hiervan is tweeledig: enerzijds worden chronische uierinfecties (meestal met Staphylococcen) hiermee bestreden in de hoop de het uier volledig geneest van deze infectie, anderzijds dient het om een uierinfectie tijdens de droogstand te voorkomen.
Nieuwe uierinfecties tijdens de droogstand treden vooral op in het begin en aan het eind van de droogstand, omdat op die momenten het slotgat niet is afgesloten door een keratineprop. Deze nieuwe uierinfecties worden meestal veroorzaakt door omgevingsbacterien zoals E.coli, Klebsiella of Streptococcus uberis.
Orbeseal is een droogzetter die geen antibioticum bevat, maar de hele tepelholte opvult en daardoor als een ventiel de invasie van bacteriën tegenhoudt. Het is wel belangrijk dat deze injector correct wordt ingebracht.
De droogzetinjectoren die antibiotica bevatten helpen om bestaande uierinfecties te bestrijden tijdens de droogstand en tegelijkertijd helpen ze om invasies met nieuwe bacteriën in het begin van de droogstand te voorkomen. Er zijn echter smalspectrumdroogzetinjectoren die niet tegen E.coli of Klebsiells werken en daardoor deze invasies
niet kunnen voorkomen.
Aan het eind van de droogstand zijn de antibioticumconcentraties bovendien te laag geworden om ook invasies met bacteriën te voorkomen die normaliter wel worden bestreden door de gebruikte injector. Daarom zien we vaak toch mastitis optreden rondom het afkalven.
Een inwendige teatsealer helpt gedurende de hele droogstand mee om nieuwe uierinfecties te voorkomen en blijft werken totdat deze weer, tijdens de eerste melking, verwijderd wordt.
In Amerika is het al gebruikelijk om melkvee een “dubbele droogzettherapie” te geven. Dan wordt er eerst een conventionele, antibioticuminjector ingebracht, direct gevolgd door de inwendige teatsealer (de droogzetinjector zonder antibioticum).
In Nederland begint deze methode ook steeds meer in zwang te komen. Uit bezuinigingsoverwegingen kan echter ook een selectie gemaakt worden tussen koeien die in de afgelopen lactatie geattendeerd zijn geweest (deze hebben een of meerdere keren een celgetal gehad dat hoger was dan 250.000, voor vaarzen ligt de grens bij 150.000) en dieren die continu een laag celgetal hebben gehad. Van de laatste groep mag aangenomen worden dat die geen infectie in het uier hebben en deze dieren hoeven dus alleen droog gezet te worden met een inwendige teatsealer. De “probleem”groep wordt dubbel droog gezet.
Ons lijkt deze methode van droogzetten een uitstekende methode. Sinds kort is er bovendien een droogzetinjector op de markt met een 4e generatie Cephalosporine (heeft dus een zeer breed werkingsspectrum) die gemikrokristalliseerd is en zich dus uitstekend verdeelt over het uierweefsel.
Het lijkt ons een goede zaak om bovenstaande droogzetstrategie in het bedrijfsbehandelplan op te nemen en dus als routine door te voeren. Voor bedrijven die geen gebruik maken van een Melk Produktie Registratie is het verstandig om ervan uit te gaan dat alle koeien verdacht zijn en dus aan de dubbeldroogzettherapie te onderwerpen.
Hoe is de technische uitvoering van de dubbeldroogzettherapie?
Allereerst is het belangrijk om schone melkershandschoenen aan te trekken. De huid van onze handen bevat een groot scala aan bacteriën die ook mastitis kunnen veroorzaken en we moeten er alles aan doen om te voorkomen dat we met het inbrengen van de injector ongewild bacteriën mee naar binnen brengen.
Nadat het uier zonodig gereinigd en leeg gemolken is, dienen alle tepels goed te worden ontsmet (hiervoor worden meestal de bijgeleverde tepeldoekjes gebruikt), te beginnen bij de tepels die van u af hangen, gevolgd door de dichtst bijzijnde tepels.
Vervolgens worden de injectoren met het antibioticum ingebracht, te beginnen bij de dichtst bij u hangende spenen.
Na het inbrengen dient het middel omhoog gemasseerd te worden richting uierholte. Dit doe je door de tepel ter hoogte van het slotgat dicht te houden en met duim en wijsvinger van de andere hand de zalf in een vloeiende beweging van beneden naar boven te strippen.
Vervolgens dienen de tepelpunten opnieuw ontsmet te worden met nieuwe alcohol bevattende tepeldoekjes op dezelfde manier als de eerste keer en vervolgens wordt de teatsealer ingebracht.
Tijdens het inspuiten van de teatsealer dient de tepelbasis dicht gedrukt te worden , zodat de teatsealer de hele tepelholte opvult (je ziet de tepel als het ware opzwellen). Zodra de tepel holte geheel is gevuld, waardoor de weerstand tegen het inspuiten ineens toeneemt, dient gestopt te worden met het inspuiten.
Let op: de injectoren bevatten ook een hoeveelheid lucht. Het is belangrijk om, voor het openen van de injector, deze met de punt naar beneden eerst ‘af te slaan’ zoals je een kwikthermometer afslaat. De zalf wordt op die manier naar de punt van de injector gezwaaid, zodat er uitsluitend zalf ingebracht wordt tijdens het inbrengen.
Er staat een uitgebreide instructie (in het Engels met illustratie) op www.orbeseal.com/PAHimages/Orbeseal/how_to_administer.pdf.
Huidschimmelinfecties bij paarden
Soms komen er huidschimmelinfecties voor bij paarden. We zien dan asbestachtige, kale plekken op de huid die niet of nauwelijks jeuken.
Meestal blijven die plekken beperkt tot enkele locaties, meestal aan het hoofd of op de zadelplaats of de plaats van de singel, maar soms kan het hele paard vol komen te zitten met huidlesies.
Er komen echter ook veel andere huidaandoeningen bij paarden voor, die door veel mensen aangezien worden voor een schimmelinfectie en als zodanig worden die, meestal halfslachtig, behandeld.
Heel vaak komen er mensen bij onze dierenkliniek een middel tegen huidschimmel halen, terwijl het maar de vraag is of hun paard of pony een huidschimmelinfectie heeft.
De bevestiging van de diagnose kan verkregen worden door microscopisch onderzoek (dat echter soms vals negatief verloopt), of door schimmelkweek (die echter wel tot 12 dagen kan duren).
Als de diagnose echter bevestigd wordt, dan is een adequate behandeling wel belangrijk.
Niet alleen het paard dient behandeld te worden, maar ook alle paardentuig, poetsmaterialen en alle plaatsen van de stal waarmee het paard in contact komt.
De behandeling dient 6 weken lang volgehouden te worden en niet alleen de plekken zelf moeten behandeld worden, maar ook zeer ruim eromheen (een halve meter). Paarden met meerdere huidlesies verspreid over het lichaam dienen geheel behandeld te worden.
Let op: huidschimmelinfecties bij dieren zijn meestal ook besmettelijk voor mensen!
|
|