Nieuwsbrief Februari

Hans Sickmann is afwezig van 19 t/m 26 februari, Monique van Paassen is afwezig van 27 februari tot en met 7 maart. We verzoeken u om hiermee rekening te houden!

Subklinische hypocalcemie bij melkkoeien: een nauwelijks onderkend probleem.
Melkziekte wordt veroorzaakt door een te laag Calciumgehalte in het bloed; hypocalcemie. Deze ziekte is al lang bekend en komt nog steeds veel voor. Wat minder bekend is, is dat veel koeien een verlaging van het Calciumgehalte in het bloed doormaken rondom het afkalven zonder de typische symptomen van Melkziekte en dat dit veel schadelijker is dan men denkt.
Calcium is belangrijk bij zeer veel processen in het lichaam. Niet alleen is Calcium belangrijk voor het ontwikkelen van de contracties van de skeletspieren en van de gladde spieren (die o.a. aanwezig zijn in de baarmoeder en in de spenen), maar Calcium is ook belangrijk voor lichaamscellen die hormonen produceren en voor afweercellen.
Dit beteken dat een koe met een te laag Calciumgehalte in het bloed vaak melk uitligt doordat de sluitspier van de speen verslapt is. Dit geeft weer een verhoogde kans op het binnendringen van mastitisverwekkende bacteriën. Deze kunnen weer slecht gefagocyteerd ("opgegeten") worden door afweercellen, omdat Calcium belangrijk is voor het fagocytose-proces.
Koeien met (subklinische) hypocalcemie hebben dus een duidelijk verhoogde kans op het krijgen van mastitis.
Voor de baarmoedercontracties is Calcium ook onontbeerlijk. De baarmoederinhoud wordt bij koeien met hypocalcemie dus onvoldoende afgedreven, waardoor bacteriën meer kans krijgen om zich daar te vermeerderen. Ook hier is het fagocytose-proces verlamd, dus baarmoederontsteking is het gevolg.
De gladde spieren van het maagdarmkanaal functioneren onvoldoende bij een te laag Calciumgehalte. Onvoldoende voeropname is het gevolg. De kans op lebmaagverplaatsing wordt dan aanzienlijk groter en de toch al bestaande negatieve energiebalans wordt ernstiger met alle gevolgen van dien.
Deskundigen schatten de schade als gevolg van subklinische hypocalcemie ongeveer 5 maal zo groot is als de schade veroorzaakt door klinische hypocalcemie. Dat geeft te denken!
Hoe is hypocalcemie te voorkomen? Allereerst is het belangrijk dat koeien in de loop van de lactatie en in de droogstand niet vervetten. Een conditiescore op het moment van afkalven van 3 a 3,5 op een schaal van 1 tot 5 is ideaal. Vette koeien blijken duidelijk meer problemen te hebben om het Calciumgehalte op peil te houden rondom het afkalven!
Verder is het belangrijk dat de voeropname rondom het afkalven niet terugvalt. Stress dient zoveel mogelijk vermeden te worden en er dient continu vers voer aangeboden te worden. De afkalfstal dient in de directe nabijheid te zijn van de groep waar de koe de laatste weken in geplaatst was waarbij visueel en auditief contact tussen de koeien aanwezig blijft! Voldoende magnesiumverstrekking aan droge koeien is erg belangrijk.
En tenslotte, last but not least, dient de kationen-anionen balans in orde te zijn. Vooral op kleigronden is het Kaliumgehalte (een kation) vaak in hoge concentraties aanwezig. Voor een hoge grasproductie is een hoge bodemconcentratie gunstig, maar een hoge concentratie van Kalium in de bodem leidt ook tot hoge concentraties in het gras en dit geeft een duidelijke verhoging van de kans op hypocalcemie. Vooral percelen die wat zwaar zijn bemest zullen gras leveren met hoge gehalten aan Kalium en dit gras is dus ongeschikt om aan droge koeien te voeren. Naarmate gras jonger is geoogst zal de concentratie aan Kalium hoger zijn. Hooi bevat meestal lagere concentraties. Het is dus belangrijk om ruwvoer met een laag Kaliumgehalte te voeren aan de droge koeien!
Het is goed om te bedenken dat een koe met melkziekte het topje van de ijsberg is. Het wordt nog steeds als normaal beschouwd dat 10 % van de koeien melkziekte krijgt. Echter bij een dergelijk hoog percentage, kun je ervan uitgaan dat er nog veel meer dieren zijn die een periode van hypocalcemie doormaken, met bovengenoemde gevolgen. Het loont zeer de moeite om alle risicofactoren, zoals hierboven besproken, zoveel mogelijk weg te nemen!

Abortus bij schapen en geiten
Af en toe treedt er abortus op bij schapen of geiten. Indien dat slechts een enkel dier betreft, dan is er nog geen reden tot paniek. Volgen er in korte tijd echter meer, dan is het reden om tot actie over te gaan.
In de eerste plaats moet bedacht worden dat veel abortusverwekkers ook gevaarlijk kunnen zijn voor mensen en dan vooral voor zwangere vrouwen. Deze moeten dus absoluut uit de stal wegblijven.
Ook tijdens de geboortehulpverlening gebruikte kleding kan infectieus materiaal bevatten. Voor zwangere vrouwen geldt dus: trek plastic handschoenen aan tijdens de waswerkzaamheden!
Om de diagnose te stellen dient de dierenarts ingeschakeld te worden. Deze zal, voor zover nog aanwezig, materiaal verzamelen: verworpen vruchten, nageboorten en eventueel bloedmonsters. Bewaar dus de verworpen vruchten en de nageboorten in een goed afgesloten plastic zak, liefst op een koele plaats zodat de dierenarts deze materialen kan insturen.
Mogelijk besmet stro, waar het schaap of de geit verworpen heeft, dient uit de stal verwijderd te worden en liefst te worden verbrand en het schaap of de geit dient geïsoleerd te worden van het drachtige vee.

Melkziekte en Slepende Melkziekte bij schapen
Niet alleen bij koeien komt melkziekte voor. Ook bij schapen wordt dat af en toe gezien.
In tegenstelling bij de koe, waar melkziekte optreedt tussen 1 dag voor het afkalven tot 3 dagen erna, wordt bij schapen melkziekte alleen tijdens de dracht gezien en wel soms enkele weken voor de verwachte aflammerdatum.
Een ooi met melkziekte is sloom, kan niet of nauwelijks meer staan en als het toch loopt, dan loopt ze als een dronkeman. De eetlust is afwezig en de oren voelen koud aan. Een bloedonderzoek op Calcium kan de diagnose bevestigen.
Een behandeling met een Ca-Mg-injectie of -infuus geeft snel verbetering van de situatie. Bij een te laat ingrijpen treedt meestal sterfte op.
Een goede voeding tijdens de dracht kan Melkziekte voorkomen.
Een andere ziekte die we soms zien bij hoogdrachtige ooien is Slepende Melkziekte (Acetonemie). Ook hier zijn de ooien ernstig ziek: kunnen nauwelijks staan en hebben geen eetlust. Ze hebben een typische acetongeur uit de neus. Het toedienen van Propyleenglycol en eventueel medicatie door de dierenarts kan de situatie verbeteren, maar vaak is een behandeling te laat om een abortus te voorkomen. Ook hier kan een goede voeding (voldoende brokjes!) de ziekte voorkomen.

Brachyspira bij mestvarkens
Bij mestvarkens wordt soms dysenterie veroorzaakt door Brachyspira vastgesteld. De varkens hebben dan diarree, variërend van brijige, soms grijze mest tot waterdunne diarree, soms met bloed erbij. De diagnose kan gesteld worden door een aantal mestmonsters (circa 5) te laten onderzoeken.
Vaak zal een gerichte antibacteriële therapie verbetering geven, maar er komt wel resistentie voor! Bij problemen met Brachyspira-dysenterie bij vleesvarkens, is het verstandig om contact op te nemen met het toeleveringsbedrijf. Vaak is daar de oorsprong van de infectie te vinden. Er bestaan goede programma's om van de infectie af te komen.
Vleesvarkensbedrijven dienen natuurlijk all in all out toe te passen en de afdelingen na gebruik grondig te reinigen en te desinfecteren. Ook ongediertebestrijding is erg belangrijk. Het is in ieder geval belangrijk om eerst mestmonsters te laten onderzoeken alvorens er een behandeling wordt ingesteld, omdat de aanpak van Brachyspira totaal anders is dan bijvoorbeeld diarree veroorzaakt door E. coli!

maandbrieven

Terug naar Landbouwhuisdieren