Nieuwsbrief December voor veehouders en paardenliefhebbers

Vervoer naar het slachthuis
Met ingang van 1 januari 2010 dient elk rund dat ter slachting wordt aangeboden bij een slachthuis vergezeld te worden door een voedselketeninformatieformulier (VKI) of het dient vooraf opgenomen te zijn in een VKI-database. De veehouder is zelf verantwoordelijk hiervoor.
Uitsluitend gezonde runderen mogen levend ter slachting worden aangeboden. Hoogdrachtige dieren (> 90 % van de draagtijd) en dieren die korter dan 1 week gekalfd hebben mogen niet naar het slachthuis worden vervoerd.
Runderen die voor een noodslachting worden aangeboden moeten eveneens vergezeld worden door een VKI en tevens van het noodslachtformulier dat door de dierenarts is ingevuld voorafgaande aan de noodslachting op de boerderij.
Voor noodslachting op de boerderij komen runderen in aanmerking die een ongeval hebben gehad (maximaal 3 dagen voor de slachting) zoals: ernstige vleeswonden, botbreuken, ernstige open wonden, traumatische amputaties, inwendige letsels door mechanisch geweld die levensbedreigend zijn of waardoor de dieren (gedeeltelijk) immobiel zijn geworden, ernstige elektrocutie, brand- of bevriezingswonden, acute dreigende verstikking en geboorteletsels. Daarnaast moeten de dieren gezond zijn geweest voorafgaande aan het ongeval en vrij zijn van residuen van middelen met een wachttijd.
Uitsluitend dierenartsen mogen runderen (en paarden) buiten een slachthuis met een schietmasker bedwelmen en laten verbloeden.

Worminfecties bij paarden
In deze tijd van het jaar is het onderzoek van mestmonsters van paarden op wormeieren minder betrouwbaar. Een mestmonster kan negatief zijn, terwijl het desbetreffende paard vol zit met "slapende" larven.
Om deze op te sporen is bloedonderzoek noodzakelijk. In grote koppels paarden (bijvoorbeeld opfokbedrijven) wordt meestal een representatief aantal bloedmonsters genomen (ca 5). Indien er dan inderdaad een worminfectie wordt aangetoond, dan is een behandeling met Moxidectine noodzakelijk.

Hoeveel financiële schade veroorzaakt mastitis op uw bedrijf?
Gemiddeld in Nederland kost mastitis de veehouder ongeveer 120 euro per aanwezige koe per jaar. Een bedrijf van 60 koeien heeft gemiddeld dus een schadepost van 7200 euro per jaar als gevolg van mastitis. Er is echter veel variatie tussen de bedrijven (65 tot 180 euro per koe per jaar).
Op de website van het Uiergezondheidscentrum Nederland (UGCN) kan u op eenvoudige wijze berekenen hoe groot de schade als gevolg van mastitis is op UW bedrijf. Op de homepage van www.ugcn.nl staat linksonder de rekenmodule kosten mastitis. Wellicht dat u, als de schade u tegenvalt, geprikkeld wordt om NOG meer actie te ondernemen. Het UCGN en natuurlijk uw eigen dierenarts helpen daar graag bij. Op de website van het UGCN staat een schat aan informatie met betrekking tot het voorkomen maar ook het voorkomen van mastitis.

Hoe ouder de koe, hoe hoger het rendement!
Het is bekend dat koeien gedurende hun leven steeds meer melk produceren. De top van de lactatie ligt ongeveer in het achtste levensjaar. Helaas halen de meeste koeien dat niet. Daarnaast dalen de kosten voor afschrijving van de opfokkosten met het ouder worden van de koeien.
De opfokkosten voor een vaars liggen tussen 1000 en 1500 euro! Voor een bedrijf met een gemiddelde levensverwachting van 4 jaar liggen worden deze kosten dus in twee jaar afgeschreven; 500 a 750 euro per aanwezige koe per jaar. Voor een bedrijf met een gemiddelde levensverwachting van de koeien van 6 jaar wordt slechts 250 a 375 euro per koe per jaar afgeschreven. Voor een bedrijf van 60 koeien betekent dat een verschil van 15000 a 22.500 euro per jaar!
Een goede huisvesting, een goed rantsoen, zowel tijdens de lactatie als tijdens de droogstand, en vooral tijdens de transitieperiode en een intensieve diergeneeskundige bedrijfsbegeleiding zijn absolute voorwaarden om de levensduur van de koeien te verhogen. Ook selectie op duurzaamheid levert op langere termijn geld op!
Nu zult u zich misschien afvragen wat de beste leeftijd is waarop een koe kan worden afgevoerd. Enige tijd geleden is dat door agrarisch economen uitgerekend, maar men moet zich wel bedenken dat de uitkomst daarvan die was van de gemiddelde veestapel in Nederland. Zij kwamen uit op 11 jaar leeftijd! Er valt dus nog veel te verdienen op het gebied van het afvoerbeleid en de duurzaamheid van ons melkvee.

De staltijd is begonnen
Nu al het melkvee weer op stal staat, is het goed om een aantal zaken weer goed te regelen. Als het goed is zijn de lampen weer gereinigd. Melkvee (en pinken) hebben 16 uur per dag licht nodig als voorwaarde voor een goede vruchtbaarheid.
De resultaten van het kuilvoeronderzoek zijn inmiddels bekend en besproken met uw voervoorlichter. De koeien dienen weer geschoren te worden om het aanhangen van vuil te voorkomen. Vooral de uiers en de staarten dienen geschoren te zijn. De roosters en de boxen dienen minimaal tweemaal per dag schoon geschoven te worden. Het instrooien van de boxen dient ook tweemaal daags te geschieden.
Het systeem waarbij een voorraad zaagsel aan de voorkant van de box wordt gedeponeerd en daarna tweemaal daags iets naar achteren wordt geveegd is inmiddels als een ondeugdelijke werkwijze bestempeld. Deze werkwijze blijkt de verspreiding van omgevingsstreptococcen in de hand te werken die gemakkelijk (subklinische) mastitis kunnen veroorzaken.
Als de klauwen in het najaar nog niet bekapt waren, dan dient dat nu op korte termijn te gebeuren. Uit onderzoek is gebleken dat het driemaal per jaar bekappen van het hele koppel koeien de beste methode is. Ook de formalinevoetbaden dienen niet vergeten te worden (een keer per week 1 etmaal). Tussendoor dient het (lege) voetbad verwijderd te worden om te voorkomen dat het een bron van infectie wordt.
Alle waterbakken en de waterleidingen dienen gereinigd te worden en de kwaliteit van het drinkwater dient gecontroleerd te worden. Dit kan op een laboratorium maar dat kan ook door uzelf. Let vooral op helderheid, de geur en de kleur. Bij twijfel is het toch verstandig om een laboratorium in te schakelen.
Tenslotte willen wij u nog herinneren aan het bespreken van het Bedrijfsbehandelplan Mastitis. Vorige maand hebt u daarvoor een invulformulier gehad. De eerstvolgende keer dat wij komen voor het Periodiek Bedrijfsbezoek kunnen wij dit plan met u bespreken. Vergeet dan niet alle bijbehorende paperassen klaar te leggen (MPR, uitslagen bacteriologisch onderzoek melkmonsters, uw mastitisregistratie etc.).

Bloedonderzoek schapen
In deze tijd van het jaar worden vrij veel bloedmonsters afgenomen bij schapen voor onderzoek naar diverse ziekteverwekkers, zoals Zwoegerziekte, Brucellose en naar Scrapie-gevoeligheid. Abonnementhouders worden door de GD aangeschreven met het verzoek om contact met ons op te nemen. Het Brucellose-onderzoek gebeurt op verzoek van het Ministerie van LNV en wordt ook aangestuurd door de GD. Bloedmonsters kunnen ook onderzocht worden op leverbot. Het kan voordelig zijn om meerdere bepalingen in hetzelfde monster te doen. Overleg met ons wat verstandig is.

maandbrieven

Terug naar Landbouwhuisdieren