Braken kan heel veel verschillende oorzaken hebben.
Als oorzaken binnen het maagdarmkanaal zijn te noemen: het opeten van een vreemd voorwerp of iets anders dat de maagwand irriteert, voedsel dat slecht verdragen wordt, ontstekingen, verteringsstoornissen, darmverstopping.
Ook kan braken een oorzaak buiten het maagdarmkanaal hebben: onvoldoende nierwerking, lever- en galafwijkingen, alvleesklierontsteking, vergiftigingen, en nog heel wat meer ziektebeelden.
Bij honden en katten is braken een veel voorkomend verschijnsel. Bij de knaagdieren horen we het nooit, want deze diersoorten kunnen niet braken.
Honden en katten braken nogal gemakkelijk voedsel weer uit dat "niet goed valt".
Ook bij een lege maag wat geel of wit slijm eruit gooien of enkele vers opgegeten grassprieten behoort tot het normale patroon van hond en kat, tenminste als het niet vaker voorkomt dan een enkele keer per week.
Als er gedurende langere tijd vaker dan 1 x per week gebraakt wordt, is er iets niet in orde, ook als het dier zich verder gezond toont. Er kan dan bijvoorbeeld sprake zijn van een maagaandoening, voedselintolerantie of wormen en bij de kat kunnen ook haarballen de oorzaak zijn. Controle door de dierenarts is dan nodig.
Als het dier braakt en niet wil eten gaat het om echt ziek zijn. Bij oorzaken binnen het maagdarmkanaal gaat het braken dan nogal eens samen met diarree.
Is het dier normaal levendig en wordt er wel gedronken zonder dat water weer wordt uitgebraakt, dan kan een dagje niet eten al de gewenste verbetering geven en kunt u het even aankijken.
Als het dier zich ziek gedraagt en ook niets wil drinken, of als de net leeggedronken bak water er net zo snel weer uit komt, dan is dezelfde dag nog een bezoek aan de dierenarts nodig.
Het is dan nodig om te controleren of we alleen met maagdarmklachten te maken hebben of dat er andere oorzaken in het spel zijn.
En ook bij eenvoudige maagklachten kan de combinatie braken en niet drinken tot een vocht tekort en daarmee tot ernstiger ziekteverschijnselen leiden.
Als het dier wel wat wil drinken, moet dat in kleine beetjes gegeven worden. Gewoon water, of beter nog een electrolytenoplossing. In de kliniek hebben we hier zakjes "Rehydration Support" voor. Daarmee wordt het verlies aan stoffen, dat door het braken ontstaat, gecompenseerd.
Als het dier wat wil eten, dan mag dat ook alleen met kleine beetjes tegelijk. Brintapap, aangemaakt met water is heel geschikt om mee te beginnen. Na een of twee dagen kan dat worden vervangen door normale brokken, in het begin nog steeds als meerdere kleine maaltijden per dag.
Wees attent op braakneigingen zonder dat er werkelijk gebraakt wordt. Dat zou een maagdraaiing als oorzaak kunnen hebben. Dit is een van de meest ernstige maagaandoeningen en moet onmiddellijk behandeld worden.
01-02-07
|
Terug naar Nieuwsbrieven |
![]() |
Terug naar Alfabetisch overzicht |