Nieuwsbrief maart 2017

Lelies giftig voor katten!
Een veelgebruikte bloem in rouwstukjes is de lelie. Deze bloem wordt dus vaak met de dood geassocieerd. En voor katten is dat terecht!  Deze bloem is zeer giftig voor katten. In Engeland is het gebruikelijk om een waarschuwing te plaatsen op bloemboeketten waarin lelies zijn verwerkt. De hele plant (de bloem, de stengel en de bladeren) is giftig voor katten. Merkwaardigerwijs eten katten deze plant soms toch deels op en dat leidt dan tot ernstige nierschade met vaak de dood als gevolg. Bent u dus katteneigenaar? Zet dan geen lelies in huis. En mocht u er onverhoopt achter komen dat uw kat er toch van gegeten heeft? Neem dan direct contact met ons op!

Het voorjaar komt er aan!
Dat betekent dat parasieten zoals teken weer actief worden. Reeds boven de zeven graden Celsius gaan teken weer op zoek naar een gastheer. Dat kan uw hond of kat zijn, maar ook u zelf. En dat teken vervelende ziekten kunnen overbrengen, is inmiddels bekend. Er zijn verschillende middelen verkrijgbaar die actief zijn tegen teken. Halsbanden of sprays op basis van Permethrin kunnen bij honden worden toegepast. Deze zijn echter zeer giftig voor katten. Verder bestaan er spot-on preparaten voor honden en voor katten. Voor honden zijn er ook tabletten verkrijgbaar. Hoewel het middel  Bravecto erg negatief in de sociale media overkomt, hebben wij zelf zeer goede ervaringen met dit middel en ook het bureau Diergeneesmiddelen die alle gemelde bijwerkingen inventariseert en zonodig actie onderneemt, meldt geen belangrijke problemen over dit middel. Indien u een op uw situatie afgepast advies wilt, dan kunnen onze assistentes u uitstekend helpen!

Echoscopie en röntgenologie
Dierenkliniek Duurstede maakt, als dat nodig is, gebruik van beeldvormende diagnostiek. Twee belangrijke vormen van beeldvormende diagnostiek zijn echoscopie en röntgenologie. Met echoscopie kunnen vooral weke delen goed onderzocht worden, zoals de buik met alle daarin aanwezige organen, maar ook het hart, spieren, pezen en delen van gewrichten. Omdat de geluidsgolven die bij echoscopie gebruikt worden, niet kunnen doordringen in botten of in met lucht gevulde holtes (zoals de longen), lenen botten en longen zich minder goed voor echoscopie. Juist voor deze onderdelen van het lichaam leent röntgenologie zich uitstekend.  Deze twee vormen van beeldvormende diagnostiek vullen elkaar dus uitstekend aan.  Hersenen en ruggemerg laten zich door deze vormen van beeldvormende diagnostiek echter minder goed in kaart brengen, daarvoor zijn nog modernere (en duurdere) technieken noodzakelijk zoals MRI en CT. Deze mogelijkheden zijn alleen in enkele grotere,  gespecialiseerde klinieken beschikbaar.

Luizen
Luizen zijn parasieten die op de huid in de vacht van dieren leven. Ze zijn diersoortspecifiek. Dat wil zeggen dat iedere diersoort zijn eigen luizensoort(en) heeft en dat die luizen zich niet thuis voelen op een andere diersoort. Bij mensen kennen we natuurlijk de hoofdluis en de schaamluis. Bij honden en katten zien we tegenwoordig minder vaak luizen. Er zijn twee soorten, namelijk bloedzuigende luizen en bijtende luizen. Bloedzuigende luizen hebben een smalle kop met een lancetvormige mond waarmee de huid doorboord kan worden om bloed te zuigen. Bijtende luizen hebben een brede kop. Eitjes van luizen noemen we neten. Deze worden op de haren af gezet en zitten daar onder een hoek van ca 45 graden vast. Na ongeveer twee weken komen de neten uit, waarna de uitgekomen luizen zich weer gaan voeden. Een dier met luizen heeft vaak jeuk en een slecht uitziende vacht met wat schilfering. Vooral jonge dieren hebben vaak luizen, maar ook dieren met een verminderde weerstand. Olifanten kunnen ook luizen hebben. Deze hebben een zeer lange, slurfvormige mond om de dikke huid van hun gastheer te kunnen doorboren. Ook vogels kunnen luizen hebben.
Luizen bij katten en honden zijn meestal goed te bestrijden met de gebruikelijke vlooienbestrijdingsmiddelen.

Monitoring tijdens operaties
Bij grotere operaties worden onze gezelschapsdieren meestal helemaal onder narcose gebracht.  Het is dan belangrijk dat alle levensfuncties goed bewaakt worden, zodat snel ingrijpen mogelijk is. Daarvoor wordt gebruik gemaakt van een bewakingsmonitor die een aantal belangrijke parameters continu bijhoudt en als er iets afwijkt, dan hoort het operatieteam een geluidssignaal. Sommige signalen zijn licht alarmerend, sommige zijn echte noodsignalen. Welke parameters houdt een bewakingsmonitor nu eigenlijk bij?

De hoeveelheid koolzuurgas (CO2) in de ademlucht. Deze wordt gemeten met de capnograaf. Tijdens het uitademen wordt het koolzuurgas afgeblazen. Als de koolzuurgasdruk stijgt in de uitademingslucht, dan wijst dat op onvoldoende ademhaling. Dat kan wijzen op een (te) diepe narcose. Soms dient de patiënt dan actief beademd te worden. Ook de ademhalingsfrequentie wordt bijgehouden. Een te lage koolzuurgasdruk in combinatie met een hoge ademhalingsfrequentie is indicatief voor een te lichte narcose. Dan dient de hoeveelheid narcosegas verhoogd te worden (tenzij de patiënt mag bijkomen natuurlijk).

De elektrische hartactiviteit wordt bijgehouden met een electrocardiogram (ECG). Wij gebruiken daarvoor meestal de thermometer die in de slokdarm wordt ingebracht en die verbonden wordt met de elektrodes van het ECG-apparaat. Daarmee wordt ook de hartfrequentie geregistreerd.

De lichaamstemperatuur wordt dus bijgehouden door de in de slokdarm ingebrachte thermometer.
De verzadiging van het bloed met zuurstof (de zuurstofsaturatie) wordt bijgehouden met de pulsoximeter, die op de tong wordt geplaatst (bij mensen wordt die meestal op de vinger geplaatst).

De bloeddruk wordt in de gaten gehouden door de bloeddrukmeter via een oscillometrische methode. Daarbij wordt er een manchetje om bijvoorbeeld de staart aangelegd die om de paar minuten automatisch wordt opgeblazen en daarna langzaam leegloopt. Op het moment dat de apparatuur een bloedstroom onder de manchet detecteert, wordt de luchtdruk in de manchet afgelezen als waarde voor de bovendruk.
Dankzij de bewakingsmonitor kan de patiënt optimaal onder narcose gehouden worden en kan er bij complicaties snel worden ingegrepen.

Dierenkliniek Duurstede: ook voor schapen en geiten!
Geiten- en schapenhouders kunnen ook een beroep doen op de hulp van Dierenkliniek Duurstede. In het voorjaar is verloskundige hulp nogal eens noodzakelijk, evenals voor de problemen rondom de geboorte, zoals lijfbieden, “het lijf eraf”, etc. etc. Hetzelfde geldt natuurlijk voor de paardeneigenaren!