Nieuwsbrief januari 2016

De medewerkers van Dierenkliniek Duurstede wensen u een voorspoedig en een gelukkig nieuwjaar!

Jaarwisseling
Afgelopen jaar was een roerig jaar in de wereld. Vooral de oorlog in het Midden-Oosten en de vluchtelingenstromen daarvandaan naar Europa stonden volop in de belangstelling van de media. De aanslagen in Parijs hebben de wereld geschokt doen reageren. 
In de dierenwereld waren gelukkig minder ernstige zaken die aandacht hebben gevraagd. Er waren geen ernstige ziekte-uitbraken, behalve hier en daar een uitbraak van Vogelgriep. Wel was het aantal meldingen van Leptospirose toegenomen. Maar geen Mond- en Klauwzeer, geen Q-koorts, geen Varkenspest. Hopelijk blijft dat zo.

Zoals gebruikelijk zullen onze tarieven met ingang van 1 januari iets stijgen. Alleen de tarieven voor de consulten buiten de normale openingstijden zullen fors omhoog gaan, maar voor de dieren die steeds jaarlijks netjes ter controle en vaccinatie bij Dierenkliniek Duurstede zijn aangeboden, geldt dan wel een “Goede Zorg Korting”. 
In onze vorige nieuwsbrief is hier ook al melding van gemaakt.

Konijnensterfte
Zeer recent werd er melding gemaakt van abnormaal grote sterfte onder konijnen, zowel in tamme populaties als in wilde populaties. De sterfte lijkt te zijn veroorzaakt door een nieuwe stam van het virus dat Viraal Haemorrhagisch Syndroom (VHS) veroorzaakt. 
Het vaccin, dat gebruikt wordt om VHS te voorkomen, lijkt geen bescherming te bieden tegen deze variant. Op dit moment is e.e.a. in onderzoek bij de Universiteit Utrecht. 
Voorlopig geldt als advies voor grote konijnenfokkers: houd de konijnen gescheiden van wilde konijnen en voer geen nieuwe konijnen aan. Voer geen gras en/of groente uit de natuur waar wilde konijnen leven. Dat laatste geldt dus ook voor de particuliere konijnenbezitters. Vermijd tentoonstellingen voor konijnen. Probeer muggen buiten de verblijfruimtes te houden.

Ziekte van Cushing
Bij mensen, maar ook bij honden en paarden, komt soms de Ziekte van Cushing voor. Deze ziekte is een gevolg van een overmaat aan een bijnierschors-hormoon, genaamd cortisol. Daarom wordt de ziekte ook hypercortisolisme genoemd. 
In dit artikeltje bespreken we deze ziekte alleen voor de hond. Ongeveer 1 op de 2000 honden krijgt hypercortisolisme. Het bijnierschorshormoon cortisol wordt van nature gevormd in de bijnieren en wel in de buitenste laag van de bijnieren, de bijnierschors genoemd. Dit cortisol heeft een belangrijke functie in het beheersen van (chronische) stress.
Vandaar dat hypercortisolisme ook kan ontstaan als gevolg van chronische stress. Maar deze vorm van hypercortisolisme is eigenlijk fysiologisch en wordt vooral gezien bij wilde dieren in de natuur tijdens barre weersomstandigheden en voedselschaarste. 
Bij de ziekte van Cushing is er echter sprake van een abnormale overproductie van Cortisol. Daarnaast kan de ziekte ontstaan door toediening van medicijnen met een soortgelijke werking als cortisol (prednisolon e.d.).

De verschijnselen van ziekte van Cushing kunnen zijn: veel drinken en veel plassen, verhoogde eetlust, kaalheid, spieratrofie (vermindering van de spieromvang), het ontstaan van een dikke buik, verkalking in de huid, verkleining van de testikels, uitblijven van de loopsheid, sloomheid, de huid wordt dunner en hyperpigmentatie (zwartverkleuring) van de huid. 
Lang niet alle genoemde verschijnselen hoeven gelijktijdig voor te komen. Soms wordt een hond aangeboden met als enige klacht veel drinken en plassen en die blijkt dan soms de Ziekte van Cushing te hebben.

Deze ziekte kan veroorzaakt worden door een tumor in de bijnierschors zelf, of door een tumor in de hypofyse (het hersenaanhangsel). Door middel van bloedonderzoek gecombineerd met een test, kan de diagnose gesteld worden en veelal kan de test ook uitwijzen of de oorzaak in de hypofyse zit of in de bijnierschors. 
De tumoren in de hypofyse zijn meestal goedaardig, maar kunnen, naast de bovengenoemde problemen, soms ook lokale problemen geven door bijvoorbeeld druk op de hersenen. De bijnierschorstumoren zijn in de helft van de gevallen kwaadaardig en kunnen dus uitzaaien naar elders in het lichaam, zoals naar de longen.
Tegenwoordig wordt, als de diagnose is gesteld, meestal geadviseerd om een CT-scan te laten maken. Bij een hypofysetumor in ieder geval van de hypofyse, bij een bijnierschorstumor niet alleen van de bijnieren, maar ook van lever, longen en ook de hypofyse (sommige honden hebben zowel een bijnierschorstumor als een hypofysetumor).
De behandeling van honden met de Ziekte van Cushing, veroorzaakt door een tumor in de hypofyse of in de bijnierschors, is altijd kostbaar en soms ingrijpend, maar vaak wel zeer dankbaar. Zelfs uitgezaaide bijnierschorstumoren zijn vaak uitstekend behandelbaar! 
Bijnierschorstumoren kunnen soms operatief volledig verwijderd worden. Hypofysetumoren zijn ook vaak operatief te verwijderen, maar dat wordt alleen gedaan bij wat minder oude honden en bij oude honden met problemen die veroorzaakt worden door de lokale aanwezigheid van de tumor (zoals ernstige koppijn, epilepsie). 
Een andere mogelijkheid van behandeling is een behandeling met bijnierschorsremmende medicijnen, maar de lokale problemen die sommige hypofysetumoren kunnen geven, worden hiermee niet verholpen. 
Honden met ziekte van Cushing hebben ook een sterk vergrote kans op het krijgen van suikerziekte, zeker zolang er nog geen behandeling is ingesteld. Deze twee ziektes komen dus nogal eens gelijktijdig voor.
Iatrogene Cushing, die veroorzaakt wordt door verstrekking van medicijnen met een Cortisolachtige werking, is eenvoudig te behandelen door de medicatie geleidelijk af te bouwen. Het plotseling staken van een dergelijke medicatie is risicovol, i.v.m. de kans op het ontstaan van hypocortisolisme.

Chronische leverontsteking bij de hond
Ook bij honden komt hepatitis (leverontsteking) nogal eens voor. 
We kennen verschillende vormen: de peracute vorm, de acute vorm en de chronische vorm. Een acute leverontsteking kan ook overgaan in een chronische vorm. De peracute vorm is veelal dodelijk, de andere twee zijn, bij achterwege blijven van een behandeling, op termijn vaak ook dodelijk.
Daarom is het zaak tijdig de dierenarts te consulteren als de hond ziek is en niet eerst een tijd aan maar aan laten modderen. Het eindstadium van chronische leverontsteking is levercirrhose, waarbij de lever helemaal verbindweefseld is en dus niet meer functioneert. Er is dan geen behandeling meer mogelijk. 
De oorzaak van leverontstekingen bij de hond kan divers zijn. Zo bestaat er een virus, die een besmettelijke vorm van hepatitis kan veroorzaken (Heptatitis contagiosa Canis), maar die wordt tegenwoordig, dankzij de vaccinaties, zelden meer gezien. 
Maar ook vergiftigingen met tal van stoffen kunnen hepatitis veroorzaken. Giftige paddenstoelen kunnen bijvoorbeeld een zeer ernstige leverontsteking veroorzaken.
Bij diverse rassen bestaan er koperstapelingsziekten, waarbij te grote hoeveelheden koper in de lever wordt opgeslagen en die grote hoeveelheden koper zijn giftig voor de lever. Rassen waarbij deze koperstapelingsziektes nogal eens voorkomen zijn de Bedlington terrier en de Labrador retriever, maar ook bij andere rassen komt koperstapelingsziekte nog wel eens voor. 
Vaak wordt de oorzaak van een leverontsteking echter niet (meer) achterhaald.
Een hond met een (per)acute hepatitis is acuut ernstig ziek, waarbij het braken een belangrijk symptoom is. Soms is er sprake van koorts en er kan sprake zijn van geelzucht. 
Bloedonderzoek is belangrijk voor de diagnostiek. Bij chronische hepatitis is een hond meestal minder ziek; er is dan sprake van wat sloomheid, wat verminderde eetlust, soms wat braken en langzame vermagering. 
Pas als de ziekte ver gevorderd is, kan er zich vocht gaan ophopen in de buikholte en kan er soms geelzucht optreden.