Nieuwsbrief april 2016

Het voorjaar is begonnen
De eerste lammeren dartelen alweer in de wei. En als je geluk hebt zie je ook al een veulen bij de merrie lopen. De eerste eendenkuikens (ze worden ook wel “pullen” genoemd) zwemmen in de sloten. Velen ervan zullen sneuvelen door reigers, ooievaars, snoeken of door ondervoeding. 
Dat laatste gebeurt vooral als het weer koud blijft, waardoor er zich geen muggenlarven ontwikkelen. Die vormen het belangrijkste voer voor de pullen. 
Maar ondervoeding van eendenkuikens kan ook veroorzaakt worden door overvoeding van de volwassen eenden met brood. Als de moedereenden immers overvoerd worden, hebben ze geen zin meer om met hun kuikens op zoek te gaan naar voedsel. 
Een bijkomend probleem is, dat het overtollige brood opgegeten wordt door ratten en die zullen zich vervolgens bliksemsnel voortplanten. We weten allemaal dat ratten veel ziektes kunnen overbrengen (denk onder andere aan Leptospirose en aan Builenpest). 
Ons advies is dus: stop met het voeren van de eenden in het voorjaar en in de zomer. Ze vinden genoeg voedsel in de natuur!

LICG start campagne tegen malafide hondenhandelaren.
Het Landelijk Informatie Centrum Gezelschapsdieren is een campagne gestart tegen foute hondenhandelaren met de slogan: Puppy kopen? Ontmasker de foute fokker! 
Op de website van het LICG vindt u een lijst tips om er achter te komen of u de pup, die u op het oog hebt, door een eerlijke fokker is gefokt of dat die door een malafide handelaar vanuit het buitenland is binnengesmokkeld. Zoals u weet hebben deze pups meestal een erbarmelijke tijd achter de rug en de kans op ziekte is zeer reëel. 
Ook het kopen van dergelijke pups omdat het anders zo zielig is dat ze blijven zitten, is onverstandig omdat op die manier de malafide handel in stand wordt gehouden. O
ns advies als u een pup wilt gaan kopen: kijk even op de genoemde website: www.licg.nl

RHD bij konijnen
In een eerdere nieuwsbrief maakten wij al melding van de uitbraak van RHD (Rabbit Haemorrhagic Disease) bij konijnen veroorzaakt door het RHD-II virus. 
Inmiddels hebben wij de beschikking over een vaccin tegen deze nieuwe stam. Het vaccin bevat een geïnactiveerd virus en dient tweemaal te worden toegediend met 6 weken tussentijd.
Om de bescherming op peil te houden dient daarna halfjaarlijks te worden hergevaccineerd. 
Konijnenhouders kunnen tijdens het spreekuur nu hun konijnen ook tegen deze virusstam laten enten.

Faecesonderzoek Faeces (ontlasting) wordt vaak onderzocht op de dierenkliniek. 
Paardeneigenaren die willen weten hoe de besmettingsstatus met wormen is van hun dier, maar ook van de wei waarin het loopt, laten regelmatig mestmonsters onderzoeken op wormeieren. Er zijn parasitologen die adviseren om maandelijks een mestmonster te laten onderzoeken, maar een gebruikelijker frequentie is viermaal per jaar. 
Ook mestmonsters van schapen, geiten of runderen kunnen onderzocht worden op wormeieren. Ook de eitjes van Coccidium (een ééncellige parasiet die vaak diarree bij jonge dieren veroorzaakt) kunnen we met de microscoop aantonen. Hetzelfde geldt voor de eieren van leverbotten, die in de galgangen in de lever rondkruipen. Leverbotten komen vooral voor bij schapen en runderen, maar ook paarden kunnen soms ernstig worden aangetast. 
Duivenmelkers laten ook vaak mestmonsters onderzoeken, omdat wormen en coccidiën ook bij duiven veel voorkomen.

Als een kleine hoeveelheid mest onbewerkt onder de microscoop wordt onderzocht, dan is de kans klein dat er wat wordt gevonden. Daarom moet er eerst een verzameltechniek worden toegepast om de eitjes te concentreren en zo de kans op het vinden ervan te vergroten. 
De meest gebruikelijke techniek is de flottatietechniek. De faeces wordt dan verdund met een vloeistof met een hoog soortelijk gewicht. De eitjes komen dan boven drijven. 
Een andere methode is de sedimentatiemethode. Dan wordt de faeces verdund met water. De eitjes zinken dan naar de bodem. 
En dan is een combinatie van deze twee methodes een nog slimmere methode, die wij vooral bij paardenmest toepassen. 
Soms wordt faeces onderzocht op de aanwezigheid van longwormlarven. Daarvoor gebruiken we de Baerman methode. Er wordt dan een hoeveelheid faeces in een gaasje dichtgeknoopt en vervolgens wordt dat in een puntglas met water gehangen zodanig dat het gaasje het wateroppervlak net raakt. Longwormlarfjes kruipen altijd naar het vocht toe, naar het water dus. Ze zakken vervolgens naar de bodem van het puntglas en daar kunnen ze een etmaal later opgezogen worden om vervolgens onder de microscoop bekeken te worden.

Longwormen komen vooral bij kalveren voor, maar soms ook bij schapen, paardachtigen en katten. 
Ook andere parasieten kunnen in faeces aangetoond worden, zoals Giardia en Tritrichomonas, maar ze zijn met de microscoop wat lastiger te vinden. Voor Giardia gebruiken we daarom een zogenaamde SNAP-test, die veel gevoeliger is. 
Er kan ook een verteringsonderzoek van faeces gedaan worden. Dat gebeurt vaak bij honden en katten met langdurige diarree. Er wordt dan gekeken of alle voedselbestanddelen goed zijn verteerd en of de spijsverteringsenzymen in voldoende mate aanwezig zijn. 
Soms vragen we een bacteriologisch onderzoek van de faeces aan, maar dat gebeurt niet vaak, omdat bacteriën bij de gezelschapsdieren zelden de oorzaak zijn van diarree. 
Verder is het mogelijk om faeces te onderzoeken op abnormale bestanddelen zoals zand of bloed.

Vitamine D gebrek bij schapen
Vitamine D wordt gevormd in de huid onder invloed van zonlicht. Ook in hooi en in krachtvoer zit voldoende Vitamine D. Schapen met een dikke vacht die geen hooi of biks gevoerd krijgen, kunnen een tekort hebben aan Vitamine D. Dit leidt tot groeistoornissen bij vooral de lammeren en dat leidt dan weer tot stramme gang en kan bij jonge ooien resulteren in geboorteproblemen vanwege een te nauw bekken. 
Omdat we een zachte winter hebben gehad, is er veel gras in het land blijven staan en zullen de schapen niet of nauwelijks bijgevoerd worden. Hierdoor is de kans op Vitamine D tekort dit jaar extra groot! 
Schapenhouders wordt geadviseerd om hier rekening mee te houden en tijdig extra Vitamine D toe te dienen, bijvoorbeeld door het bijvoeren van hooi.

Meer leverbot door zachte winter
Vanwege de extreem zachte winter is de kans groot dat leverbotslakjes en de leverbot zelf in de vorm van (meta)cercariën op het gras in grote getale in leven zijn gebleven. Hierdoor worden veel leverbotinfecties bij schapen en runderen verwacht (en ook bij paarden trouwens). 
Veehouders wordt geadviseerd om alert te blijven en zonodig tijdig te behandelen. Ook het afzetten van natte percelen, greppels en dergelijke, waar veel leverbotslakjes leven, is een goede aanpak om leverbotinfecties te voorkomen. Dit laatste wordt steeds belangrijker omdat er steeds meer resistentie wordt waargenomen tegen de leverbotbestrijdingsmiddelen.