Laboratorium onderzoek

 

Voor een volledige diagnose is het soms nodig om een uitgebreider laboratoriumonderzoek te doen als aanvulling op het algemene onderzoek. Soms moeten wij een beroep doen op een extern laboratorium.
Maar veel onderzoeken kunnen wij zelf doen bij ons in de praktijk. Hierdoor zijn we in staat een snelle en efficiënte diagnose te stellen.

Bloed onderzoekUrine onderzoekFaeces onderzoekOverig

Klinisch – chemisch bloedonderzoek

Bloedonderzoek is in veel gevallen een onmisbare mogelijkheid om de juiste diagnose te stellen en het effect van onze behandeling te controleren. Bloedonderzoek wordt uitgevoerd om ziekten bij de patiënt aan te tonen of juist uit te sluiten.

Bijna dagelijks wordt er bij ons bloed onderzocht. We hebben in onze praktijk de Spotchem bloedanalyse-apparatuur zodat de eigenaar meestal kan wachten op de uitslag. Terwijl zij een kopje koffie in de wachtruimte kunnen nuttigen, zetten wij het bloed in en binnen korte tijd hebben we de uitslag binnen, zodat een behandeling direct kan worden gestart.

Voor de meeste onderzoeken moet het bloed vooraf gecentrifugeerd worden. Het bovengekomen plasma kan dan onderzocht worden.
De betrouwbaarheid van de uitslagen is groot. Wij doen dat met de Spotchem. Dit bloedanalyse apparaat meet de chemische waarden in het bloed. Deze vertellen ons meer over de orgaanfuncties van uw huisdier. Zo kunnen we u onder andere vertellen of uw huisdier een lever- of nierafwijking heeft of dat hij of zij suikerziekte heeft.

Met de Spotchem kan onder andere het volgende onderzocht worden:

  • Nierwaarden: Creatinine, Ureum, anorganisch fosfaat
  • Leverwaarden: GPT, GOT, ALP, Bilirubine
  • Enzymen: P-AM (Amylase)
  • Suiker: Glucose
  • Totaal eiwit en albumine
  • Calcium

Spotchem

 

Hematocriet centrifuge
Dit is een centrifuge waarmee een zeer kleine hoeveelheid bloed in een dun buisje afgedraaid kan worden. Vervolgens kan aan de hand van een afleesgrafiek de verhouding tussen bloedcellen en bloedvloeistof worden bepaald. Zo kan de ernst van een eventuele bloedarmoede of bloedindikking worden vastgesteld.

Centrifuge

 

Snaptesten
Dit zijn sneltesten die op de praktijk kunnen worden gebruikt voor het testen op de volgende aandoeningen:

  • FeLV/FIV
    Dit is een test dat het Feline Leukemie Virus en antistoffen voor Feline Immunodeficiëntie Virus in het bloed aantoont. De uitslag van de FeLV/FIV test wordt op verzoek officieel gedocumenteerd en dient zo als bewijs voor deelname van het dier aan de fokkerij.
  • Giardia
    Dit is een snelle analyse test om het Giardia antigeen in honden en katten op te sporen in ontlasting.
  • Parvo
    Dit is een test dat het Parvovirus aantoont in de ontlasting van hond of kat. Bij katten toont de test het Parvovirus aan dat de Kattenziekte veroorzaakt.
  • Pancreatitis
    Deze test wordt gebruikt voor het diagnosticeren van alvleesklierontsteking bij de kat.

Snaptest

 

Glucose meter
Deze meet snel het bloedsuikergehalte in het bloed. Dit wordt gebruikt bij de controle van suikerpatiënten.

deze gebruiken41Jy8DfYaqL._AC_UL320_SR214,320_

 

Microscoop
Ook beschikken we over een microscoop en hiermee bekijken we o.a. bloeduitstrijkjes. Dan zoeken we naar afwijkingen in het bloed (zoals de vorm van de cellen, de kleur van de cellen, de uniformiteit van de cellen, de verschuiving van het aantallen witte bloedcellen) en naar bloedparasieten. Een microscopisch onderzoek helpt veel in het stellen van de juiste diagnose.

Microscoop

 

Progesteronbepaling
Om het juiste tijdstip van dekking te bepalen bij honden kunnen wij een progesterontest doen. De optimale dag van dekking is bij iedere teef anders. Met de Progesterontest kan worden bepaald wanneer het progesteron in het bloed verhoogd is. Afhankelijk van de uitslag kunnen we adviseren om de teef te laten dekken of om de test na 2-3 dagen te herhalen.

Progesteron test

 

Extern laboratorium
In sommige gevallen is het nodig om bloed door een extern laboratorium te laten onderzoeken. De monsters worden ’s avonds door een ophaaldienst opgehaald en de uitslag hebben we meestal de volgende dag per e-mail.

 

Urine onderzoek

Urine is het uitscheidingsproduct van de nieren en een belangrijke weg om afvalstoffen af te voeren. Daarnaast wordt via een regulatiemechanisme in de nieren de vochttoestand en daarmee o.a. de bloeddruk op peil gehouden. De dierenarts kan in meerdere gevallen vragen om urine bij ons in te leveren; wanneer het huisdier meer begint te drinken en/of te plassen, moeite heeft met plassen of het juist moeilijk op kan houden. Dit geldt ook wanneer te zien is dat er bloed in de urine zit of wanneer de urine een afwijkende geur en/of kleur heeft.

Urineonderzoek kan een heleboel over een dier vertellen. Is er blaasontsteking, zo ja, wat kan dan de oorzaak zijn? Of is er een ander probleem zoals blaasgruis? Verder kan het informatie geven over diverse organen, zoals lever, nieren, bijnieren etc.

Let op! Wanneer uw huisdier niet meer kan plassen is dit een spoedgeval en moet u direct bellen!

Voor onderzoek moet urine zo schoon mogelijk worden opgevangen. De plas van een hond laat zich het gemakkelijkst opvangen door een “bakje aan een steel”, een soeplepel of ander keukengereedschap. Voor katten zijn er speciale korrels voor in de kattenbak. Deze korrels nemen geen vocht op, zodat een plasje gewoon tussen de korrels door kan worden opgezogen.  Na het opvangen gaat de urine in een schoon potje, zodat de waarnemingen niet door verontreiniging worden gehinderd. Een plasje kan het beste vers onderzocht worden. Lukt dat niet dan moet de urine gekoeld bewaard worden, in de koelkast.

Urine wordt onderzocht door middel van de volgende methodes:

Allereerst worden kleur, geur en helderheid beoordeeld. Urine kan rood zijn door bloed, kleurloos bij een erg waterig plasje, troebel en/of stinkend bij ontstekingen.

image3

 

Urine analyse-apparaat
Onze praktijk beschikt over een urine-analyse-apparaat dat zeer snel een betrouwbare uitslag geeft. Met deze waarden krijgen wij meer inzicht wat er aan de hand is met het huisdier. Dit apparaat is in staat om urine te analyseren op de aanwezigheid van:

  • Glucose
    Glucose (suiker) in urine wijst vaak op suikerziekte of op een nierkwaal.
  • Eiwit
    Normaal bevat urine geen of heel weinig eiwit. Door een nieraandoening kan eiwitverlies ontstaan, maar ook ontstekingsproducten kunnen een verhoogd eiwitgehalte veroorzaken.
  • Bilirubine
    Veel bilirubine (galkleurstof) kan een aanwijzing zijn voor lever- of galproblemen. De urine heeft dan een donkerbruingele kleur.
  • Zuurgraad (pH)
    De normale zuurgraad (pH) is bij kat en hond 6 – 6,5. Een te hoge zuurgraad wijst meestal op ontstekingen en betekent een grotere kans op blaasgruisvorming.
  • Ketonen (kunnen verhoogd zijn bij suikerziekte)
  • Nitraat (wijst op een urineweginfectie)
  • Leukocyten (ontstekingscellen)
  • Rode bloedcellen
    Bloed in urine wijst meestal op een aandoening van de blaas, prostaat en urinewegen en een enkele keer van de nieren. Ook enkele algemene ziekten (o.a. bloedparasieten) kunnen bloederige urine veroorzaken.

Urine analyse-apparaat

 

Refractometer
Hiermee meten we het soortelijk gewicht van de urine. Het soortelijk gewicht is een maat voor de concentratie van de urine. Zo kunnen we zien of de urine erg verdund is of juist erg geconcentreerd. Drinkt een dier genoeg water of juist te veel/weinig. Hiermee kun je globaal zien of de nieren voldoende werken. Het soortelijk gewicht kan informatie geven over de mogelijke oorzaken van veel drinken en veel plassen bij dieren. In een aantal gevallen wordt het urine-onderzoek gecombineerd met een bloedonderzoek naar orgaanfuncties van organen die verantwoordelijk zijn voor de urine-aanmaak.

Het s.g. van water is 1.000, bij urine hoort het s.g. hoger te zijn dan 1.015. Als er veel gedronken wordt is het soortelijk gewicht meestal lager dan 1.015. Aan de waarde kunnen we ook aflezen in welke richting we qua aandoening vooral moeten denken.
Een normaal s.g. wijst erop dat de nieren de concentratiefunctie die ze hebben goed uitvoeren. Alleen in geval van suikerziekte wordt er veel gedronken, veel geplast, maar is het s.g. toch hoog door de suiker in de urine.

68

 

Microscoop
Urine is een waterige vloeistof. Om hierin onder de microscoop bepaalde bestanddelen te kunnen beoordelen, moeten we de urine eerst concentreren. Dit doen we door de urine af te draaien in een speciale centrifuge. Hierdoor komt bezinksel (sediment) op de bodem van het buisje. Deze onopgeloste stoffen kunnen we vervolgens onder de microscoop bekijken.

Normaal bevat urine nauwelijks sediment. Onder de microscoop wordt in het sediment gekeken naar de aanwezigheid van eventueel aanwezige kristallen (gruis), bacteriën, witte- en rode bloedcellen.

In bloederige urine treffen we meestal rode bloedcellen aan en bij ontsteking kunnen ook witte bloedcellen gevonden worden. Als er teveel epitheelcellen aanwezig zijn wijst dat op een ontsteking of andere aandoening van de blaaswand of de nieren; aan het type cellen kunnen we aflezen of ze uit de blaas of uit de nieren afkomstig zijn. Bij tumoren worden soms afwijkende celtypes gevonden.
Bij infecties van de urinewegen kunnen er bacteriën in de urine worden gezien; voor de beoordeling van het type bacterie en de gevoeligheid van antibiotica is een kweek nodig, die wij zonodig in een laboratorium laten uitvoeren.
Ook kunnen onder de microscoop kristallen, de bestanddelen van blaasgruis of blaasstenen gevonden worden. Nierstenen komen bij onze huisdieren zelden voor. Verschillende soorten kristallen zijn herkenbaar aan hun vorm en samen met de zuurgraad is het type kristallen bepalend voor het mogelijk geven van een dieetvoer om de gruisvorming te voorkomen.

Microscoop

Calcium oxalaat
Calcium oxalaat
Struviet kristallen
Struviet kristallen

 

 

 

 

 

 

 

 

Extern laboratorium
We kunnen ook besluiten om de urine op te sturen naar een extern laboratorium voor bijvoorbeeld een hormoonbepaling. Hier kunnen hormoonbepalingen gedaan worden om bijvoorbeeld de ziekte van Cushing te diagnosticeren.

 

Faecesonderzoek (van verschillende diersoorten)

Faeces (ontlasting) wordt vaak onderzocht op de dierenkliniek. Faeces kan onderzocht worden op eieren of larven van parasieten (parasitologisch onderzoek), er kan een verteringsonderzoek worden gedaan of een bacteriologisch onderzoek en er kan onderzoek worden gedaan naar abnormale bestanddelen zoals zand of bloed.

Parasitologisch onderzoek
Als een kleine hoeveelheid mest onbewerkt onder de microscoop wordt onderzocht, dan is de kans klein dat er wat wordt gevonden. Daarom moet er eerst een verzameltechniek worden toegepast om de eitjes te concentreren en zo de kans op het vinden ervan te vergroten. De meest gebruikelijke techniek is de flottatietechniek. De faeces wordt dan verdund met een vloeistof met een hoog soortelijk gewicht. De eitjes komen dan boven drijven. Een andere methode is de sedimentatiemethode. Dan wordt de faeces verdund met water. De eitjes zinken dan naar de bodem. En dan is een combinatie van deze twee methodes een nog slimmere methode, die wij vooral bij paardenmest toepassen.

Soms wordt faeces onderzocht op de aanwezigheid van longwormlarven. Daarvoor gebruiken we de Baerman methode. Er wordt dan een hoeveelheid faeces in een gaasje dichtgeknoopt en vervolgens wordt dat in een puntglas met water gehangen zodanig dat het gaasje het wateroppervlak net raakt. Longwormlarfjes kruipen altijd naar het vocht toe, naar het water dus. Ze zakken vervolgens naar de bodem van het puntglas en daar kunnen ze een etmaal later opgezogen worden om vervolgens onder de microscoop bekeken te worden. Longwormen komen vooral bij kalveren voor, maar soms ook bij schapen, paardachtigen en katten.

Microscoop  IMG_5914 - kopie

 

Ook andere parasieten kunnen in faeces aangetoond worden, zoals Giardia en Tritrichomonas, maar ze zijn met de microscoop wat lastiger te vinden. Voor Giardia gebruiken we daarom een zogenaamde SNAP-test, die veel gevoeliger is.

giardia-trph1             Snaptest

 

Verteringsonderzoek
Verteringsonderzoek gebeurt vaak bij honden en katten met langdurige diarree. Er wordt dan gekeken of alle voedselbestanddelen goed zijn verteerd en of de spijsverteringsenzymen in voldoende mate aanwezig zijn.

Bacteriologisch onderzoek
Soms vragen we een bacteriologisch onderzoek van de faeces aan, maar dat gebeurt niet vaak, omdat bacteriën bij de gezelschapsdieren zelden de oorzaak zijn van diarree. Bij paarden en runderen wordt wel vaker een bacteriologisch onderzoek aangevraagd en dan wordt er vaak gericht gezocht naar een specifieke ziekteverwekker zoals Salmonella.

 

Ook kunnen wij de volgende laboratorium onderzoeken uitvoeren:

Huidafkrabsel
Soms is het nodig om haren te onderzoeken of een huidafkrabsel te nemen. We zoeken dan naar huidparasieten zoals mijten (schurft) en luizen. We kunnen ook schimmels, gisten en bacteriën opsporen.

Demodex (mijt)
Demodex (mijt)

 

Schimmelkweek
Als wij dieren met huidklachten verdenken van een schimmelinfectie, dan zetten we enkele haren op kweek. De haren worden op een speciaal groeimedium aangebracht, waarop alleen bepaalde schimmels groeien. Binnen enkele dagen moet zowel een schimmel groeien als de kleur van de plaat veranderen. Na 14 dagen kunnen wij de uitslag pas aflezen, ook als de uitslag ‘negatief’ wordt gegeven.

Swab afnemen
Soms moeten wij een swab (monster) afnemen van bijvoorbeeld de gehoorgang. Dit wordt dan door ons opgestuurd naar een extern laboratorium. Zij zullen dan een bacteriekweek inzetten.

Cytologie
Afdrukpreparaatjes van de huid, bloeduitstrijkjes en dunne naald aspiratiebiopten (uit tumoren bijvoorbeeld) kunnen we kleuren en vervolgens microscopisch beoordelen. Dit wordt cytologisch onderzoek genoemd.

Fokkerijbegeleiding
Wij kunnen de kwaliteit van sperma controleren en ook vaginale uitstrijkjes maken.