Kniekreupelheid bij de hond

Gescheurde kruisbanden
Voorkomen en oorzaak
Kreupelheid als gevolg van gescheurde kruisbanden kan op iedere leeftijd voorkomen. De oorzaak is meestal een verkeerde beweging of een te wilde stoeipartij en de kreupelheid begint plotseling.
Boxers en Rottweilers zijn er wat gevoeliger voor dan het gemiddelde ras. Vooral bij Boxers kunnen knieklachten overigens ook het gevolg zijn van artrose zonder aanwijsbare oorzaak.
In het kniegewricht zitten kruislings twee banden tussen scheenbeen en dijbeen. De kans dat die banden scheuren is vooral groot bij bewegingen waarbij de knie tegelijk gestrekt en gedraaid wordt.
Als een kruisband gescheurd is (meestal de voorste), is de knie niet meer stabiel. Dijbeen en scheenbeen schuiven over elkaar, waardoor de meniscus, die tussen deze botten ligt, ook kan scheuren.

Symptomen en diagnose
De hond is na spelen plotseling ernstig kreupel aan een achterpoot en kan de poot meestal maar nauwelijks belasten. Het kniegewricht is pijnlijk bij buigen en strekken en kan overvuld zijn. Bij een beschadigde meniscus wordt soms een knakkend geluid gehoord bij bewegen.
Als de kruisband gescheurd is kunnen dijbeen en scheenbeen ten opzichte van elkaar verschoven worden en dit is meestal bij het onderzoek waar te nemen.
Röntgenfoto’s kunnen de diagnose bevestigen en geven informatie over mogelijke andere veranderingen in het gewricht.

Behandeling
Een knie met een kapotte kruisband is ernstig beschadigd. Ondanks de beste behandeling zal er maar zelden volledige genezing optreden.
Als de band geheel doormidden is, is een operatie noodzakelijk. Hierbij worden de restanten van de gescheurde kruisband verwijderd en de knie nagekeken op verdere beschadigingen.
Vervolgens moet de knie weer gestabiliseerd worden. Hiervoor bestaan meerdere technieken en de keuze is o.a. afhankelijk van de grootte van de hond. Bij grote honden wordt een kunstmatige nieuwe kruisband door het gewricht heen aangebracht. Bij kleine honden is stabilisatie buiten het gewricht om vaak mogelijk.
De herstelperiode is lang. De eerste 6 weken krijgt de hond beperkt beweging (aan de lijn, niet spelen etc. ), daarna mag het dier langzaam weer meer gaan doen; de totale revalidatie vraagt ongeveer drie maanden. In de meeste gevallen is een goed functieherstel mogelijk.

Patella luxatie
Voorkomen en oorzaak
Midden voor het kniegewricht langs loopt de kniepees naar het scheenbeen. In de kniepees ligt de patella (knieschijf). Deze glijdt heen en weer in de sleuf van de rolkam van het dijbeen. Als de sleuf ondiep is of als de aanhechting van de pees te ver naar binnen zit, blijft de knieschijf niet op de rolkam liggen. Men spreekt dan van een patellaluxatie.
In de meeste gevallen verschuift de knieschijf naar de binnenkant van het kniegewricht. Deze aandoening wordt vooral gezien bij kleine rassen en is meestal erfelijk.
Bij uitzondering wordt een patellaluxatie naar de buitenkant van de knie gezien.

Symptomen en diagnose
Als de knieschijf er alleen zo nu en dan afschiet loopt de hond af en toe een paar passen met een pootje opgetrokken. Na een paar stappen schiet de knieschijf weer terug en de hond loopt weer normaal verder.
Als de knieschijf voortdurend een van zijn plaats ligt, wordt de achterpoot niet normaal belast. De hond wordt daar meer of minder door gehinderd, afhankelijk van de mate van de luxatie. Naarmate de knieschijf meer aan de binnenkant van het gewricht ligt wordt het moeilijker de poot te gebruiken.
Hoewel de afwijking van buitenaf heel goed te constateren is wordt zeker vóór operatieve behandeling wel een röntgenfoto gemaakt om een beeld te krijgen van mogelijk aanwezige andere afwijkingen in het kniegewricht.

Behandeling
Dieren waarbij de knieschijf maar af en toe luxeert hebben daar meestal weinig last van en hoeven niet te worden behandeld.
Bij te veel overlast of bij een voortdurende luxatie is behandeling noodzakelijk en operatie is dan de enige mogelijkheid.
Door aan de buitenkant van het gewricht het kapsel strakker te maken en aan de binnenkant ruimer wordt de patella al beter op z’n plek gehouden.
Als de sleuf in het dijbeen te ondiep is dan moet deze dieper gemaakt worden.
Als de aanhechting van de kniepees onjuist is, dan wordt de pees met een botstukje losgemaakt en daarna op de juiste plek op het scheenbeen weer vastgezet.
De behandeling verschilt dus van geval tot geval en is afhankelijk van de ernst van de aandoening.

01-03-2017