Gezondheidscontrole pups en kittens

Huid
Bij jonge dieren gaat het eigenlijk vooral om parasieten: vlooien, soms mijten of luizen, soms schimmels en (omdat gehoorgang ook onder het hoofdstuk huid valt) oormijt. Dit soort infecties is met een juiste behandeling meestal snel verholpen. Bij de huidcontrole wordt ook op navelbreukjes gecontroleerd. Een navelbreukje kan desgewenst worden geopereerd. Dat is vooral nodig als hij zo groot is, dat er een kans bestaat op een darmbeklemming.

Respiratie = ademhaling
Een snelle of geforceerde ademhaling of een bijgeluid wijst op een afwijking. Oorzaak daarvan zou o.a. longontsteking, een aangeboren hartafwijking of een afwijkende bouw van de borstkas kunnen zijn. Een moeizame ademhaling kan ook door onvoldoende passage van lucht door neus en keel veroorzaakt worden, zoals bij te kleine neusopeningen of bij een te lang verhemelte, wat vooral voorkomt bij rassen met een erg korte snuit. Ontsteking van de neusholte (bij kittens: niesziekte) geeft hetzelfde beeld maar meestal samen met andere symptomen, zoals een snotneus, ontstoken ogen en soms koorts.

Digestie = spijsvertering
Het belangrijkste probleem dat op 6 weken leeftijd gezien wordt is diarree, met als meest voorkomende oorzaken voedingsfactoren of infecties. Voor de meeste jonge dieren is een goede kwaliteit compleet voer het meest geschikt. Soms is een enkel bestanddeel van voedsel oorzaak van diarree en is met de keuze voor ander (dieet-)voer het probleem opgelost. Worminfecties kunnen ook de oorzaak zijn van darmklachten. De moederteef kan tijdens en na de dracht haar jongen met spoelwormlarven besmetten. Ook als er geen darmklachten zijn, zijn herhaalde ontwormingsbehandelingen van de pups het grootste belang. Voor kittens geldt hetzelfde, maar die worden uitsluitend pas na de geboorte door hun moeder (via de melk) besmet.

Ogen
Ogen horen schoon te zijn. Aanwezigheid van vuil is meestal het gevolg van een ontsteking van de oogleden. Dit kan een onschuldige ontsteking zijn als gevolg van irritatie en het kan een begeleidend verschijnsel van een al of niet ernstige infectie zijn. Vorm en stand van de oogleden kunnen ook een rol spelen. Vooral honden met een korte snuit en een ruime huid hebben nogal eens afhangende onderoogleden. Net als het naar binnen krullen van oogleden, entropion is dat een oorzaak van irritatie en ontsteking van het oogslijmvlies en mogelijk ook van het hoornvlies. Voor correctie van de stand van de oogleden is soms operatieve behandeling nodig.

Uitwendig geslachtsapparaat
Normaal zijn bij de mannetjes de testikeltjes op 6 weken leeftijd ingedaald en waarneembaar in het balzakje. Soms dalen testikels (één of beide) niet in en bevinden ze zich nog in de buikholte. Op latere leeftijd ontwikkelen zich dan geen zaadcellen, maar geslachtshormoon wordt wel gevormd. Bij castratie van een kater wordt in zo’n geval dan altijd ook de bal uit de buik verwijderd; ook bij reuen is dat vaak aan te bevelen.

Hart- en vaatstelsel
Een bijgeruis bij het hart kan wijzen op een aangeboren afwijking zoals een gaatje in het tussenschot, een nog open verbinding tussen grote bloedvaten of een totaal afwijkende bouw van het hart. Als hierbij ook de snelheid van het hart te hoog is, wijst dat erop dat het hart te kort schiet. Dit gaat allicht samen met een onvoldoende conditie van de pup, groeiachterstand en mogelijk ademhalingsproblemen. Door het beluisteren van het hart kan soms worden beoordeeld wat het type en de ernst van de afwijking is, soms is daar nader onderzoek voor nodig. Met bepaalde hartafwijkingen zal een dier nooit oud kunnen worden; soms is een operatieve behandeling mogelijk. Een licht bijgeruis kan ook op een kleine afwijking wijzen, waar de hond mogelijk nooit last van krijgt. Hetzelfde geldt voor kittens. De afwezigheid van een hartruis sluit een hartafwijking niet uit!

Bewegingsapparaat
De kromme beentjes, zoals bij vitamine D tekort, behoren dankzij het volledige voer van tegenwoordig gelukkig tot het verleden. Omdat iedere onevenwichtigheid in het voer en vooral in de kalkvoorziening oorzaak kan zijn van groeistoornissen, is het verstandig om voor de opgroeiende hond te kiezen voor een goed compleet voer en daar ook niets aan toe te voegen. Over ernstige afwijkingen als heupdysplasie is bij de jonge pups meestal nog weinig te beoordelen. Alleen bij ernstige HD kan al bij het jonge dier een abnormale beweeglijkheid in de heupgewrichten of een pijnreactie aanwezig zijn. Als de achterhand normaal belast wordt en er geen voelbare afwijkingen zijn, is pas na het uitgroeien van de hond te boordelen hoe de kwaliteit van de heupgewrichten is. Een te loszittend knieschijfje (patellaluxatie) wordt soms bij de kleinere hondenrassen geconstateerd. Deze afwijking kan, als het hondje wat ouder is, operatief gecorrigeerd worden.

01-05-2016