Epilepsie

Verschijnselen.
De meest voorkomende verschijningsvorm is de toeval, gekenmerkt door bewustzijnsverlies, omvallen, heftige spierkrampen, schuimbekken en mogelijk urineverlies. Tijdens de aanval is het dier niet aanspreekbaar.
Een toeval duurt meestal enkele minuten. Na de aanval kan het dier een periode van enkele minuten tot een aantal uren een afwijkend, vaak onzeker en angstig gedrag vertonen. Soms blijft het dwangmatig rondlopen en soms is het dier tijdelijk blind. Deze fase na zo een toeval kan tot wel een etmaal duren.
Toevallen kunnen ook in een mildere vorm voorkomen.
Epilepsie komt bij allerlei diersoorten voor, maar wordt vooral bij honden gezien.

Oorzaak.
Een toeval is het gevolg van een plotselinge ontregeling van de hersenfunctie.
Bij primaire epilepsie (= zonder aanwijsbare oorzaak) doet de eerste aanval zich meestal al voor het derde levensjaar voor en herhalen de toevallen zich meestal met tussentijden van enkele weken tot enkele maanden.
Bij secundaire epilepsie zijn de verschijnselen min of meer hetzelfde, maar is er een hersenverandering (bv. littekenweefsel, een bloeding, een ontsteking of een gezwel) als oorzaak aanwezig.
Bij primaire epilepsie zijn er, behalve de toevallen, geen andere klachten over het dier; bij secundaire epilepsie kan dat wel het geval zijn, afhankelijk van de oorzaak.
Bij bepaalde ziekten kunnen aanvallen voorkomen die lijken op een epileptische aanval. Zo kunnen honden met een hartaandoening soms epilepsie-achtige aanvallen krijgen en dergelijke aanvallen worden ook gezien bij een te laag suikergehalte of een te laag Calciumgehalte in het bloed. Andere verschijnselen van de achterliggende ziekte worden dan meestal al eerder opgemerkt.

Diagnose.
Bij jongere dieren kan het beeld zo duidelijk zijn, dat een uitgebreider onderzoek niet nodig is.
Vooral bij oudere dieren voeren wij meestal een bloedonderzoek uit en als daar een aanleiding voor is ook ander nader onderzoek.
Als door uitsluiting van andere oorzaken is vastgesteld dat het om echte epilepsie gaat, heeft een nauwkeuriger diagnose geen invloed meer op de behandelingsmogelijkheden. Om die reden wordt er zelden een uitgebreider hersenonderzoek gedaan.

Behandeling.
Epilepsie is niet echt te genezen, maar met medicijnen kunnen de aanvallen bijna altijd voldoende worden tegengegaan.
Als de tijd tussen twee toevallen lang is (4 weken of langer) en de toevallen mild van aard zijn, is behandeling niet nodig. Honden waarvan bekend is dat ze epilepsie-patiënt zijn mogen niet zwemmen, omdat ze anders de kans lopen om te verdrinken tijdens een toeval.
Tijdens een toeval kan en hoeft er niets gedaan te worden.
Zorg alleen dat het dier zichzelf niet kan verwonden en zorg ook dat u als eigenaar niet verwond raakt.
Blijf met uw handen uit de buurt van de bek (ook geen medicijnen proberen te geven); door de krampachtige bewegingen zou een hond ongewild kunnen bijten. Hoe alarmerend het er ook uitziet, een dier zal niet acuut dood gaan tijdens een epileptische aanval.
Als de toeval langer duurt dan ca. 5 a 10 minuten moet op dat moment de dierenarts gewaarschuwd worden om door middel van een injectie de aanval te onderbreken.

De dosering van medicijnen tegen epilepsie is van dier tot dier verschillend.
Als er ondanks een bepaalde dosis toevallen blijven voorkomen dan moet de dosering worden aangepast totdat de toevallen geheel achterwege blijven of slechts zo nu en dan optreden. Soms is het nodig verschillende medicijnen tegelijkertijd in te zetten.
De behandeling met medicijnen is vrijwel altijd levenslang nodig.

01-05-2016