Castratie (sterilisatie) van de teef

Castratie of sterilisatie?
Bij Castratie (sterilisatie) van de teef worden alleen de eileiders afgebonden waardoor een dier onvruchtbaar wordt. Bij een hond is het daarnaast gewenst ook de effecten van de hormoonproductie door de eierstokken (o.a. de loopsheid) kwijt te zijn. Dit wordt alleen bereikt door de eierstokken te verwijderen. Vandaar dat de operatie castratie moet heten, al wordt er in de praktijk nog vaak over sterilisatie gesproken als het een vrouwelijk dier betreft.

Voordelen van castratie
Teven worden over het algemeen twee keer per jaar loops. Na de loopsheid volgt een periode met hetzelfde hormoonverloop als bij zwangerschap, ongeacht of de hond wel of niet gedekt is. Van deze schijndracht ondervindt een aantal teven ook nogal wat last. Castratie (sterilisatie) van de teef voorkomt zowel de loopsheid als schijndracht.
Daarnaast heeft het wegvallen van de hormonale invloed enkele andere gunstige effecten. De teef zal geen baarmoederontsteking meer krijgen en de kans op het ontstaan van melkkliergezwellen en suikerziekte wordt kleiner.

Nadelen van castratie
Een gecastreerde teef kan sneller te zwaar worden, waardoor extra aandacht voor een juist voer- en bewegingsbeleid nodig is.
Op latere leeftijd kan, vooral bij grotere honden, onbewust urine verlies ontstaan. Deze klacht is vrijwel altijd goed te behandelen.
Sommige teven krijgen na de castratie veranderingen in de vacht. De haren kunnen langer en dunner worden of er kan wat kaalheid ontstaan (meestal op de rug/lendenen).
De operatie is een echte buikoperatie die onder narcose moet worden uitgevoerd. Elke operatie onder narcose brengt een zeker risico met zich mee. Gelukkig zien wij bij een gezonde hond zelden complicaties bij deze operatie.

Wanneer castratie?
De operatie is al op een leeftijd van enkele maanden mogelijk en kan dus ook al voor de eerste loopsheid plaatsvinden. Naarmate de operatie eerder wordt uitgevoerd lijkt de kans op melkklier tumoren kleiner te zijn. De kans op urine-incontinentie zou dan echter iets groter zijn.
In veel gevallen zal operatie op een leeftijd van 6 – 7 maanden de voorkeur hebben, soms kiezen we liever voor operatie na de eerste loopsheid. Het beste kunt u even met de dierenarts overleggen wat voor uw hond het beste is.
De eerste twee maanden na de loopsheid staat de baarmoeder nog onder invloed van hormonen en dat is een nadeel voor het uitvoeren van de operatie. Wordt de hond na de eerste loopsheid gecastreerd, dan is het beste tijdstip in de derde of vierde maand na de eerste loopsheid.

Voorzorgen en voorbereiding
Bij de castratie (sterilisatie) van de teef moet zij in een goede conditie en gezond zijn en moet gevaccineerd, vlo- en wormvrij zijn.
Gedurende 12 uur voor de operatie mag de hond niet eten, wel drinken.
Zo kort mogelijk voor de operatie dient de hond uitgelaten te worden om haar behoeften te doen.
Als u op de afgesproken tijd met uw teef in de dierenkliniek komt, dan zal er eerst een klinische controle plaatsvinden. Daarna krijgt de patiënt een kalmeringsprikje dat 10 a 15 minuten moet inwerken. Voor de hond is het prettig dat u er gedurende deze periode nog even bij bent.

De operatie
De operatie vindt onder gas-narcose plaats. Bij de operatie worden de eierstokken verwijderd. Als de baarmoeder vergroot of niet helemaal in orde lijkt te zijn, wordt deze ook verwijderd. Over het algemeen is het bij de jonge hond niet nodig ook de baarmoeder te verwijderen.

Het is bij Dierenkliniek Duurstede ook mogelijk om uw teef d.m.v. een kijkoperatie te laten castreren. We spreken dan van een laparoscopische castratie. Vooral bij grotere teven biedt deze methode nogal wat voordelen.
-Ten eerste is de kans op complicaties veel kleiner omdat de chirurg een beter zicht heeft op de eierstokken die verwijderd moeten worden.
-Verder is de toegang tot de buikholte beperkt tot twee kleine sneetjes in plaats van één grote snede.
-Ten derde is bekend dat het herstel na een kijkoperatie aanzienlijk sneller is dan na een gewone buikoperatie. Wij houden de patiënt de eerste uren na de operatie graag zelf nog even in observatie. Natuurlijk op een warm plekje om de afkoeling die ontstaan is tijdens de operatie op te heffen.

De nazorg
Als de hond wordt opgehaald is ze nog wat slaperig en soms kan ze nog niet lopen. Thuis moet de hond een rustig, voldoende warm plekje hebben op een schone ondergrond. Zodra de hond kan lopen mag ze even uitgelaten worden om haar behoefte te doen. Als de hond er wakker genoeg voor is mag ze weer drinken. Eten is op de dag van de operatie nog niet van belang.
Op de operatiedag krijgt uw hond pijnstillers toegediend om de napijn zoveel mogelijk te voorkomen. Maar als uw hond de volgende dag desondanks pijn lijkt te hebben, dan kunt u in de kliniek een pijnstiller komen ophalen.
Na ongeveer 10 dagen moet u met de hond op het spreekuur terugkomen voor het verwijderen van de eventueel aangebrachte huidhechtingen en voor de wondcontrole.

Waar u op moet letten:
– de hond mag na de operatie hooguit een enkele keer braken.
– er mogen hooguit enkele druppels bloed uit de wond of uit de vulva vloeien.
– de eerste dag na de operatie moet de hond willen drinken.
– binnen twee dagen moet de hond weer willen eten.
– de hond mag niet aan de wond bijten, krabben of overmatig likken.

Mocht u iets te vragen hebben, bel dan gerust!

01-05-2016