Castratie bij knaagdieren/ konijnen

Castratie bij de mannetjes
Konijnen kunnen zich vanaf 3 a 4 maanden voortplanten. Niet lang daarna kunnen mannetjes territorium gedrag gaan vertonen. Mogelijk gaat het konijn, om zijn territorium te verdedigen, grommen en bijten als iemand een hand in het hok steekt en gaat het sproeigedrag vertonen. Een enkele konijn probeert zelfs te rijden op armen of benen van mensen. Hier kan castratie bij knaagdieren/ konijnen helpen, omdat het gedrag door hormonen bepaald wordt.
Als een konijn bovengenoemd gedrag niet vertoont en “alleen” leeft dan is castratie bij knaagdieren/ konijnen uiteraard niet nodig. Ongecastreerde konijnen kunnen erg gaan vechten. Mannetjes die vanaf jonge leeftijd samen zitten, moeten daarom meestal op de leeftijd van 3 maanden gescheiden worden. Om ze niet van elkaar te laten vervreemden moeten ze, door gaas gescheiden, wel contact kunnen houden met elkaar. Enkele weken na castratie kunnen ze weer aan elkaar gewend worden.
Als bij samen gehouden vrouwtjes en een mannetjes nageslacht ongewenst is, kunnen ze ook beter vanaf 3 maanden gescheiden worden. Ze mogen dan 3 weken na de castratie weer bij elkaar. Castratie van een mannelijk konijn is mogelijk vanaf 4 maanden.

Castratie bij de vrouwtjes
Ook bij vrouwtjeskonijnen onderling kan territoriumgedrag optreden dat tot vechtpartijen kan leiden. Ook hierbij kan castratie de oplossing zijn. Bij een vrouwtje betekent dit een buikoperatie en daarmee een duidelijk grotere ingreep dan bij het mannetje. Door de verbeterde anesthesietechniek is het risico op sterfte tijdens en na de operatie veel kleiner dan vroeger.
Een tweede reden om de ingreep uit te voeren staat de laatste tijd meer in de belangstelling. Bij konijnen vindt een eisprong pas plaats na de dekking. Huiskonijnen die niet gedekt worden, zijn in feite voortdurend in bronst. Door het alsmaar circuleren van oestrogenen (de geslachtshormonen die de bronst veroorzaken) kan de baarmoeder kwaadaardig ontaarden. Veel huiskonijnen overlijden dan ook aan baarmoederkanker. Vandaar dat steeds vaker besloten wordt om vrouwtjeskonijnen te steriliseren. Bij deze sterilisatie worden de eierstokjes verwijderd (sommige dierenartsen halen veiligheidshalve ook de baarmoeder weg). De castratie van een vrouwtjeskonijn is het beste op een leeftijd van een half jaar (vóór die tijd is de techniek van de operatie wat lastiger, op latere leeftijd moet ook de baarmoeder verwijderd worden).

In beide gevallen vindt de ingreep onder narcose plaats en blijven de dieren in de kliniek tot ze weer helemaal wakker zijn. In de praktijk betekent dit: ’s ochtends voor 10 uur brengen en in de loop van de middag weer naar huis. Konijnen hoeven voor de narcose niet te vasten, eten en drinken mag gewoon blijven staan. Als nazorg thuis is het vooral van belang dat het dier een warm en rustig plekje krijgt. Binnen 24 uur na de ingreep moeten ze weer wat gaan eten en drinken.

Dan is het natuurlijk nog belangrijk om te weten of een konijn mannelijk of vrouwelijk is.
Bij konijnen is het uitwendige verschil niet zo groot, behalve als de testikels duidelijk te zien zijn. Bij jonge konijntjes zijn de balletjes echter nog helemaal niet te voelen en volwassen konijnen kunnen ze laten verdwijnen door ze helemaal in de buik terug te trekken. Toch kan bij een nauwkeurige inspectie het verschil wel gevonden worden.

mannelijk knaagdier                          vrouwelijk knaagdier

De afstand tussen anus en geslachtsopening is bij het mannetje wat groter en de opening is rond, terwijl die bij het vrouwtje spleetvormig is.

Voor cavia’s geldt in grote lijnen hetzelfde ten aanzien van castratie als voor konijnen.  Het verschil in geslacht is meestal vlot te zien, alleen al omdat bij de mannetjes de testikels duidelijk aanwezig zijn.

01-05-2016