Bijtwonden

Bijtwonden vormen uitstekende voedingsbodems voor bacteriën; de kans op een wondinfectie is groot. Een groot deel van de bijtwondinfecties is te voorkomen door een goede wondbehandeling. Wonden moeten altijd meteen goed worden uitgespoeld met veel water. Oppervlakkige wonden worden daarna gedesinfecteerd met betadine. Diepere wonden moeten uitgebreider worden schoongemaakt, gevolgd door het aanbrengen van een nat verband en het geven van rust. Afhankelijk van de omstandigheden kan het gebruik van antibiotica nodig zijn. Vooral bij wonden aan handen of gezicht, of bij wonden die bij de behandeling al langer dan acht uur bestaan, of als er sprake is van risicoverhogende factoren bij de patiënt. Bij bijtwonden waarbij er al verschijnselen van wondinfectie zijn (pijn, roodheid, zwelling) is altijd een antibioticumbehandeling nodig. Vraag dus zonodig advies aan uw huisarts en informeer dan tevens naar de noodzaak van een tetanusinjectie.

Bovenstaande adviezen betreffen bijtwonden bij mensen. Als een hond of een kat zelf gebeten is geldt in grote lijnen hetzelfde. Bij een wat diepere wond is vaak behandeling met antibiotica nodig. Een tetanus injectie is echter bij bijtwonden van de huisdieren onderling niet nodig.

01-05-2016