Elleboogdysplasie

Bij een aantal rashonden, zoals de Berner Sennenhund, de Labrador Retriever en nog enkele andere grote rassen, komt af en toe Elleboogdysplasie voor.
Dit is een grotendeels erfelijke aandoening aan de elleboog die vrijwel altijd de oorzaak is van het ontstaan van een chronische kreupelheid aan een voorpoot ten gevolge van een osteo-arthrose van de elleboog.
De meeste rasverenigingen van rassen waar elleboogdysplasie veel voorkomt, adviseren fokkers om hun fokdieren tevoren te laten onderzoeken op elleboogdysplasie en de dieren die verschijnselen vertonen van elleboogdysplasie worden meestal uitgesloten voor de fokkerij. Op die manier hoopt men dat dit vervelende probleem steeds minder vaak voorkomt.

De screening op elleboogdysplasie gebeurt door het maken van röntgenfoto’s (4 per elleboog). Deze foto’s worden centraal beoordeeld door een onafhankelijke deskundige, onder verantwoordelijkheid van de Raad van Beheer op Kynologisch gebied (de overkoepelende organisatie van de rasverenigingen).
Meestal worden de röntgenfoto’s pas gemaakt als de honden minimaal 1 jaar oud zijn. Vaak worden ze tegelijkertijd onderzocht op Heupdysplasie.
De Raad van Beheer accepteert uitsluitend röntgenfoto’s van dierenartsen waarmee ze een overeenkomst heeft gesloten, die inhoudt dat de dierenarts bewezen heeft dat de röntgenfoto’s de vereiste kwaliteit hebben, dat de dierenarts geen beoordeling van de kwaliteit van de ellebogen of de heupen geeft en dat er geen voorselectie wordt gemaakt van in te zenden foto’s.
Dierenkliniek Duurstede heeft deze overeenkomst met de Raad van Beheer en fokkers kunnen hun honden dus bij onze Kliniek aanbieden voor onderzoek op elleboogdysplasie en heupdysplasie.

Ondanks dit fokprogramma stellen wij toch nog regelmatig de diagnose Elleboogdysplasie bij jonge honden (vaak labradors), meestal veroorzaakt door een zogenaamd Los Processus Coronoideus Medialis (een embryonaal los botstukje dat tijdens de groei van de pup normaal hoort te vergroeien met de elleboog, maar dat mislukt op een of andere manier).
De diagnose is meestal met röntgenonderzoek te stellen, maar soms geeft dit onderzoek geen uitsluitsel. In dat geval is een CT-scan of een MRI-scan noodzakelijk en in zeldzame gevallen is een Scintigram noodzakelijk. Deze onderzoeken zijn een stuk kostbaarder dan röntgenonderzoek.
Een chirurgische behandeling van een Los Processus Coronoideus Medialis, mits tijdig uitgevoerd, kan een levenslange kreupelheid voorkomen.

01-05-2016